Ontbijt tegen elke prijs?

In sommige weekenden – na het uitslapen – begin ik de dag met een brunch-achtige maaltijd. Dan is het al rond 11 uur. Als ik op die dag dan nog een tussendoortje neem en vervolgens gewoon dineer, dan houd ik meestal trek. Dit gebeurt los van de grootte van de maaltijden en tussendoortjes. Ik merk ‘s avonds dat ik letterlijk een complete maaltijd heb overgeslagen. Dus zo’n oefening van uitslapen en lekker laat ‘ontbijten’ werkt niet echt voor mij.

Maar wie weet hoor je bij de mensen voor wie dit wél erg goed werkt en die zich helemaal op en top gevoed voelen met maar twee maaltijden op een dag. Waar ik het vandaag over wil hebben is de vraag of je écht moet ontbijten.

Ontbijt je fit’

Als auteur van het boek ‘Ontbijt je fit’ zou ik natuurlijk volmondig ‘ja’ moeten roepen. Natuurlijk moet je ontbijten! Ik denk nog steeds dat het ontbijt de meest aangewezen maaltijd is om aanpassingen door te voeren. Vanuit TCM-oogpunt maar ook vanuit praktisch oogpunt. Maar ook hier ligt het antwoord genuanceerder. Laat ik het maar zo zeggen: het hangt ervan af.

Wat zegt de TCM?

Volgens de TCM is het heel duidelijk: Maag en Milt, de twee organen die verantwoordelijk zijn voor de spijsvertering, hebben ‘s ochtends hun hoogste energetische capaciteit. Voor de Maag is dit tussen 7 en 9 uur. Voor de Milt tijdens de twee daaropvolgende uren.

Als je dit in gedachte houdt en het feit dat we vaak lange en drukke dagen hebben, dan is het alleen maar logisch om je lichaam te voorzien van brandstof voordat je het huis verlaat. (Dat hoeft trouwens niet stipt om 7 uur te zijn – ten minste niet naar mijn interpretatie, en die kan soms best ruim zijn. Maar binnen de eerste anderhalf uur na het opstaan aan het ontbijt te zitten, is wel een aanrader.)

Een ontbijt is vooral belangrijk als je vaak moe bent, als je spijsvertering niet op orde is, als overgewicht hebt, kortom als je niet zo lekker in je vel zit. Überhaupt geen trek in de ochtend hebben, geeft eigenlijk aan dat je Milt en Maag te moe zijn om van zich te laten horen. Trek hebben in ontbijt betekent ook: trek hebben in het leven, je tanden in iets durven te zetten. Er zin in hebben. Als je dit mist, dan zou je wel eens iets liever voor je midden (Milt en Maag) mogen zijn. Je moet je spijsverteringsorganen dus letterlijk een beetje wakker kietelen. En dat doe je natuurlijk door (de passende voeding) te eten. Weet je nog dat de Chinezen zeggen “De aarde geneest zichzelf”? Of te wel: stop er goed eten in en je spijsverteringsorganen kunnen weer aansterken en in balans komen. In dit geval is een ontbijt – ook al zijn het om te beginnen maar een paar kleine hapjes – bijna onmisbaar.

Uitdaging: Wat als ik giga-vroeg op moet staan?

Als je buschauffeur bent of verpleegkundige en je werk op steeds wisselende tijden begint, dan kun je de eerste maaltijd van de dag gewoon als ontbijt beschouwen. Stel dat je om 4 uur op moet staan – dan snap ik best dat je nog geen trek hebt. In dit geval kun je het ontbijt meenemen naar je werk en dan een paar uur later hopelijk een rustig moment vinden om te ontbijten en de dag te beginnen.

Wat zegt de leer van de stofwisselingstypes?

Als je bij de koolhydraat- en gebalanceerde types hoort, dan zou een ontbijt een vast onderdeel van je dag moeten zijn. Juist de koolhydraat-types hebben vaak een niet zo sterke spijsvertering. Ze doen het vaak het beste op 3 maaltijden plus nog tussendoortjes. Een complete maaltijd structureel overslaan, betekent dat ze structureel tekortkomen.

Voor de rood-vlees-en-vettypes ligt het net iets genuanceerder. Extreme rood-vlees-en-vettypes kunnen wel degelijk structureel leven met twee maaltijden per dag. Dit hoor ik vaak van klanten (horende bij dit stofwisselingstype) die na een bepaalde tijd zo goed zijn afgestemd dat ze goed verzadigd zijn. Ze voelen dan ineens dat ze aan een later ontbijt en een vroeg diner genoeg hebben. Let wel: twee maaltijden per dag zijn dus niet het ultieme doel voor elke rood-vlees-en-vettype. Maar het is dus okay en prima. Onmisbare voorwaarden zijn dat je spijsvertering op orde is,  dat je je op en top fit voelt en natuurlijk dat je maaltijden kiest die voor jou goed verteerbaar zijn en die je midden goed verzadigen.

En intermittent fasting dan?

Telkens weer komt tijdens consulten het onderwerp intermittent fasting ter sprake. Als je dit niet kent: het gaat hier om een periodiek (wel onderbroken) vasten. De vastenperiode beslaat meerdere uren (soms ook een hele dag) en vervolgens mag je weer eten. Er zijn talloze manieren om aan intermittent fasting te doen. In de praktijk maak ik vaak mee dat klanten in het kader van deze methode simpelweg het ontbijt overslaan.

Vanuit TCM oogpunt is deze manier van intermittent fasting voor de overgrote meerderheid minder geschikt. Zeker als je je niet vitaal voelt. Vaak brengt dit ook niet het gewenste effect op het gewicht. Want het lichaam voelt precies dat er een maaltijd mist. Daarnaast kunnen de eventueel sowieso al zwakke spijsverteringsorganen niet herstellen.

Wat wel een goed compromis kan zijn en ook de stofwisseling op gang kan helpen: een vroeg diner, dan circa 14-16 uur niets eten (als het goed is slaap je natuurlijk tijdens deze periode). Vervolgens eerst sporten – bij voorkeur in de buitenlucht – en dan wél ontbijten. Concreet: je dineert om 18 uur. De volgende ochtend ga je rond 8 uur eerst hardlopen, flink wandelen of op een andere manier bewegen die je aan het zweten brengt. En dan ga je gewoon ontbijten. Als dit rond 9 uur is, dan heb je zo’n 15 uur gevast. Je hoeft intermittent fasting dus niet te opgeven maar je combineert het gewoon met de TCM.

Ja, hoe nu verder?

Ik ga proberen om dit allemaal samen te vatten. Hoe meer je lichaam uit evenwicht is, hoe belangrijker je ontbijt is. Hoe minder honger en trek je kunt voelen, hoe belangrijker een ontbijt is. Voor de rood-vlees-en-vettypes geldt dat ze met het ontbijt en vooral het tijdstip van het ontbijt iets ruimer om kunnen gaan – mits hun spijsvertering en lichaam in balans zijn.

En bovenal: jouw lichaam heeft altijd het laatste woord!

Als jij je vitaal voelt en geen klachten hebt, blijf dan vooral jouw eigen manier volgen.

(c) stockfoto canva

Dat deed ik anders nooit…

Twee jaar geleden deed ik iets wat ik anders nooit deed: ik gaf commentaar op de voeding van het kind van een vriendin. Dit is normaal gesproken een absolute no-go voor mij. Ik geef echt nooit commentaar op het eten van iemand anders. Tenzij dat ik word gevraagd om advies.

Samen met een bevriend gezin waren we beland in een restaurant (pre-corona…). Het was een al you can eat restaurant met de nadruk op sushi en Aziatische gerechten. Niet mijn eerste keuze, maar ook hier geldt:  ….geen dogma als het gezellig kan worden. De zoon van mijn vriendin bleef maar bestellen: eend, zalm, rund. En mijn vriendin werd steeds bleker. “Moet je niet wat rijst erbij?” en “Nee, doe maar niet nog een keer eend, hoor!”

Ik ken haar al bijna 30 jaar inclusief haar eetvoorkeuren. Ze houdt niet van vet en rood vlees, eet sowieso weinig vlees, griezelt van mosselen en alles waar te veel vet aan zit. Kortom, een koolhydraat-type. Ter herinnering: er zijn twee koolhydraat-types, waarvan ik de één inmiddels beschrijf als “Gemoedelijke Boeddha”. Precies mijn vriendin. Dit zijn mensen die veel groenten nodig hebben, granen ook. Daarnaast mager eiwit, zoals uit ei, peulvruchten en mager vlees (bijvoorbeeld kipfilet). Toen ik haar zoon zag eten en genieten van alles waarvan mijn vriendin griezelt, wist ik ook zeker: hij is definitief geen koolhydraat-type.

En toen heb ik dit (heel voorzichtig) tegen mijn vriendin gezegd. Uit het gesprek bleek dat het klopte wat ik vermoedde: ze vertelde dat haar zoon vaak hongerig van school thuis komt. Brood verzadigt niet, rijst en granen doen hem niets. Fruit weigert hij – op een keer een onrijpe banaan na.

Ik gaf haar voorzichtig de tip om haar zoon gerust meer dierlijk eiwit en vet te laten eten. Ze was er heel open voor – met name omdat het zo herkenbaar was. Gelukkig eet zijn vader wel meer vlees en eiwit. Dus haar zoon heeft aan tafel de keuze.

En dat is precies waar het om gaat: als je kinderen hebt, geef ze de keuze en zadel ze niet op met jouw eigen eet-visie en voedingsvoorkeuren.

En ik begin maar direct bij mezelf. Ik ben een kolenhydraat-type. Niet echt dol op rood vlees, dus met een sterke voorkeur voor een min of meer vegetarisch voedingspatroon. Had ik mijn dochter in mijn eentje opgevoed, dan had ik haar waarschijnlijk ondervoed. Zeker in de beginperiode van mijn werk als TCM-voedingsconsulent toen ik nog niet werkte met de stofwisselingstypes.  Het arme kind had van mij nooit of alleen zeer zelden gehaktballen of biefstuk gekregen. Simpelweg omdat ik daar zelf geen behoefte aan heb.

Gelukkig, gelukkig eten zowel haar vader als haar stiefvader wel (meer) vlees. Op die manier kan mijn dochter bij de maaltijden kiezen. En hoeft ze zich niet te conformeren aan mijn eigen voorkeuren.

Waar het om gaat: je hoeft het stofwisselingstype van je kind niet te weten, als je maar openstaat en het niet belemmert in de keuze.

Hier nog een paar tips:

  1. Ga niet je eigen eetvoorkeuren projecteren op je kinderen. Ook al hou je niet bijzonder van vlees, ga er dan niet vanuit dat er voor je kind hetzelfde geldt. Andersom: als je een grote vleesliefhebber bent, dan hoeft dan niet voor je kind te gelden.
  2. Voor de koolhydraattypes: als je zelf niet dol bent op vlees, zorg er dan voor dat je kind vaker bij oma eet. Of bij de buren. Of iemand anders die wel van vlees houdt – en dit ook met enthousiasme op het bordje legt.
  3. Voor de vleesliefhebbers: neemt het serieus als je kind net niet zo enthousiast reageert als jij zelf.
  4. Lepelt je kind pure roomboter of pindakaas in zijn mondje: geen paniek. Het zou kunnen dat het simpelweg heel erg van vet houdt – en dit ook nodig heeft.

© Charlein Gracia, unsplash

Inuit en Yogi aan tafel

Mijn vriend is een Inuit. Ik ben meer een Yogi. Etenstechnisch gezien. Mijn vriend heeft veel dierlijk eiwit en vet nodig. Ik geef de voorkeur aan groenten, rijst en mager eiwit. Dat gaat moeilijk samen, zou je denken.

Met Inuit bedoel ik trouwens een van de zes stofwisselingstypes waarmee ik sinds een paar jaar werk. De Inuit hoort bij de rood-vlees-en-vet-types. Net als de ‘echte’ Inuit eet dit stofwisselingstype (graag) meer vet, zout en dierlijk eiwit. Fruit, suiker en een overmaat aan snelle koolhydraten doen hem helemaal geen goed.

Het stofwisselingstype ‘Yogi’ daarentegen, floreert juist op koolhydraten en dan het beste in vorm van veel groenten en granen (rijst, gierst, polenta). De Yogi kan te veel vet en vlees niet verdragen en zou er dan ook niet zo snel voor kiezen.

Als een Inuit bij een Yogi aanschuift, dan mist hij vlees en vet. De groenten en de rijst vindt de Inuit lekker maar hij blijft dooreten omdat hij simpelweg niet verzadigd raakt. Gebeurt dit structureel dat raakt de Inuit ondervoed en ontwikkeld een nog sterkere drang naar dierlijk eiwit, zout en vet. Dit is het moment waar de Inuit begint om overal mayonaise bij te doen en stiekem eetlepels leverworst op eet.

Andersom: als een Yogi bij een Inuit aanschuift, dan mist de Yogi voldoende koolhydraten. Het vet valt hem zwaar op de maag. En stiekem gaat hij een beetje walgen van al het dode dier op het bordje. Misschien eet hij het uit beleefdheid op. Maar na de maaltijd voelt hij zich volgepropt en uit balans. Hij hoopt dan dat de Inuit nog een zoet toetje heeft voorbereid.

 

Aan één tafel: kan dat wel?

Als partners op consult komen en ze blijken niet hetzelfde stofwisselingstype te hebben, dan is er vaak eerst lichte paniek: en nu? Kunnen ze wel nog samen blijven koken? Of moeten er nu twee gerechten op tafel? Nee, natuurlijk niet. Als je een partner hebt, wiens stofwisselingstype haaks staat op het jouwe, dan is dat juist leuk. En helemaal niet zo ingewikkeld.

We blijven even bij het voorbeeld Inuit versus Yogi. Dat wil zeggen rood-vlees- en-vet-type versus koolhydraat-type. Want dat is mijn persoonlijke thuissituatie. Tegelijkertijd wijken de behoeftes van deze stofwisselingstypes het meest van elkaar af.

 

1.    Het schept begrip.

Heel eerlijk: in mijn studententijd kon ik het maar niet opbrengen om met enig enthousiasme naar een barbecue te gaan. En terwijl mijn hele vriendengroep aan de oever van de Rijn bij elkaar kwam om worstjes en biefstukken op een klein, gammel barbecuetje te plaatsen, dacht ik de hele tijd: wat is hier nu zo leuk en lekker aan?

Ik was toen strikt vegetarisch en kwam aanzetten met groentespiesjes en paddenstoelen (destijds waren tofu-worstjes nog niet zo gebruikelijk). Echt eet-plezier kon ik niet beleven. Ook vond ik dat mensen die zo dol waren op vlees en vette sausjes geen discipline hadden. Wat was er zo moeilijk aan om met vlees te minderen?

Tegenwoordig weet ik beter.

Als mijn vriend extra olie en zout toevoegt aan het eten, dan ben ik blij omdat ik weet dat het goed voor hem is. Het is niet dat hij mijn eten niet waardeert – al moet ik toegeven dat hij toch degene is die meestal kookt. Andersom: mijn vriend is niet beledigd als ik de zelfgemaakte gehaktballen laat liggen. Het is niet persoonlijk bedoeld. Het past gewoon niet bij mij. (Misschien overbodig om te noemen, maar er komt bij ons uitsluitend biologisch vlees op tafel. Vlees moet echt een top kwaliteit hebben. Maar dit is een andere discussie dan de discussie wel/geen vlees eten.)

Dus heb je een partner of kind of iemand anders die regelmatig aanschuift en wiens eetgedrag je eigenlijk helemaal niet begrijpt: het zou zomaar aan het stofwisselingstype kunnen liggen. Ga er niet vanuit dat iedereen dezelfde smaak en behoefte heeft als jij. Ga er ook niet vanuit dat hetgene wat voor jouw lichaam gezond en voedzaam is, voor de ander op precies dezelfde manier werkt.

 

2.    Olie en zout op tafel

Als een rood-vlees-en-vet-type de kok in huis is, dan is het aan te raden dat degene tijdens het koken in eerste instantie juist niet te veel vet en zout gebruikt. Dat vinden de overige stofwisselingstypes namelijk niet zo tof.

Om aan tafel toch aan zijn trekken te komen, is het onmisbaar dat extra olie of vet en zout beschikbaar is. Zet (goed) zout op tafel en een flesje olijfolie of een bakje roomboter. Het rood-vlees-en-vet-type voegt vervolgens olijfolie of roomboter toe. Op die manier kan een rood-vlees-en-vet-type zijn gerecht volgens zijn behoefte ‘pimpen’.

 

3.    Het ontbijt (weer eens)

Het ontbijt is uitermate geschikt om geheel volgens je stofwisselingstype te eten. Immers eten we op de ochtend meestal een beetje los van elkaar en niet met één standaard maaltijd voor allemaal. Het rood-vlees-en-vet-type kiest dan bijvoorbeeld gewoon voor spek en ei met asperge of een omelet met restjes groenten en paddenstoelen en (enkele) aardappelen. Een koolhydraat-type gaat voor rijstpap met mango en chiazaad of (glutenvrije) pannenkoeken met groenten of avocado.

Op die manier hoef je bijna niet met elkaar af te stemmen en kun je de dag geheel volgens je eigen behoefte aan vet-eiwit-koolhydraten starten.

 

4.    Van alles en nog wat

Het diner is misschien de grootste uitdaging. Hier geldt alvast tip 1. Voor rood-vlees-en-vet-types kun je voor de aanvulling extra olijfolie, roomboter of zelfgemaakte mayonaise op tafel zetten. Peulvruchten zijn voor alle stofwisselingstypes prima. Alleen moet het rood-vlees-en-vet-type er nog spek of worst bij doen.

Aardappelen, rijst en quinoa kunnen in principe ook voor allemaal. Alleen heeft het rood-vlees-en-vet-type er maar heel weinig (!) van nodig. Meestal zijn een tot twee eetlepels voldoende. Ook is het belangrijk om er extra vet bij te eten. Beter dan gekookte aardappelen zijn voor de rood-vlees-en-vet-types gebakken aardappelen of gefrituurde aardappelen (patat 😊).

Vis is ook prima. De koolhydraat-types geven de voorkeur aan witte, vetarmere vis. Dat kan af en toe prima voor de andere types. Alleen doen deze er dan weer extra vet bij. Een extra gebakken ei of spekjes zijn ook een fijne aanvulling.

Komt er kip op tafel, dan zijn de poten en het vel voor de rood-vlees- en-vet-types en de filet voor de koolhydraat-types.

 

Samenvattend kun je aanhouden: de eerst stap is begrip voor elkaar. Accepteer dat er verschillende stofwisselingstypes zijn die allemaal net iets andere behoeftes hebben.  Immers gebruikt jullie hele gezin ook niet één shampoo of gezichtslotion voor allemaal. Zo gaat het ook met eten: niet voor iedereen is hetzelfde eten even geschikt. Zoek naar overlap en ga dan aanvullen naar de individuele behoefte.

(foto: unsplash

♥♥♥

 

Zomeractie tijdschrift cyclus & zo

Een tijdje geleden heb ik jullie er al over verteld. Melanie Peters heeft een waanzinnig mooi magazine samengesteld: het magazine cyclus & zo, een magazine over natuurlijke vrouwengezondheid. Momenteel loopt er een zomeractie: tot 21 september 2021 krijg je 5 Euro korting.

acupunctuurvoorvrouwen.com/product/cycluszo-magazine-nr-1/

(en zoals altijd: ik verdien hier niets aan, dit is geen affiliate link!!)

 

Even pauze: 28 juli t/m 16 augustus 2021

T/m 16 augustus 2021 doe ik het rustig aan. Tijdens deze periode check ik mijn e-mails nauwelijks en ben ik telefonisch niet bereikbaar. Mijn webshop blijft geopend. Maar de bestellingen worden veel langzamer afgewerkt en verzonden. Het kan langer duren voordat je een pakket binnen hebt. Daarnaast kan het zijn dat een grote bestelling wordt opgedeeld op twee pakketten.

 

 

 

Een zusje voor Oerbouillon! Even bijpraten met Christel

Een zusje voor oerbouillon-rund!

De Oerbouillon heeft een vaste plek in ons huishouden. Als mijn dochter zich niet lekker voelt of kouwelijk is: hup, pakt ze een Oerbouillon. Nadat mijn moeder aan haar gebroken voet moest worden geopereerd: Oerbouillon! Ikzelf pak regelmatig een flesje als kleine reset.

Zoals je misschien weet, is mijn stofwisselingstype het koolhydraat-type. Oftewel: de drukke (soms een beetje hyper-achtige) yogi. Ik voel me dus iets meer thuis in de vegetarische hoek en geef – wanneer ik vlees eet – de voorkeur aan kip. Rundvlees was nooit mijn eerste keuze. En terwijl de Oerbouillon altijd heel goed viel, ben ik toch extra blij dat er nu een nieuwe variant is, namelijk de Oerbouillon van kip.

Het werd tijd om met Christel bij te kletsen. Christel van der Meer is de oprichter van Oerbouillon. In een eerder blogbericht heb je al kennis met haar kunnen maken.

Jutta: Christel, eind januari heeft Oerbouillon tijdens de ‘Bioproductverkiezingen 2021’de Publieksprijs én de 2de prijs van de jury gewonnen. Wat een feest! Ik heb grote bewondering voor jou: binnen maar enkele jaren heb je van Oerbouillon een groot merk weten te maken. En zo te zien heb je sindsdien niet stilgezeten. Er is nu ook een bouillon van kip! Vertel, hoe kwam je op het idee om ook een bouillon van kip aan te bieden?

Christel tijdens de prijsuitreiking

Christel: Wat leuk, Jutta, dat je zo enthousiast bent. Het idee was er eigenlijk al aan het prille begin van mijn avonduur in 2016. Het begon allemaal met het jullie wellicht bekende boek van Paul Pitchford. In dat boek beschrijft hij de 3 voedingsmiddelen (zeewier, tarwegras en bouillon van botten) die de Nier-Jing beïnvloeden en zelfs levensverlengend zouden zijn. Oerbouillon Kip is natuurlijk lekker verwarmend en voor sommige mensen nog beter dan Oerbouillon Rund, maar daar kun jij vast nog meer over vertellen, Jutta. Daarnaast is Oerbouillon Kip ook heerlijk van smaak en persoonlijk vind ik de afwisseling heel erg fijn.

Jutta: Als we kijken vanuit het TCM-perspectief, dan versterken beide soorten het midden en de qi. Kippenvlees is thermisch warmer dan rundvlees. Beide vleessoorten bouwen bloed op, waarbij kip een nog sterker effect heeft op het lever-bloed. Bij een kinderwens kan kippenvlees helpen bij de innesteling. Tijdens de zwangerschap kan het de foetus stabiliseren. Na de bevalling helpt de ‘samentrekkende’ werking van kip om nog beter te herstellen. Vanuit de leer van de stofwisselingstypes bekeken, is kip in principe voor alle types geschikt.

De koolhydraat-types vinden rundvlees vaak niet zo lekker. Maar bij mij, koolhydraat-type, heeft ook de Oerbouillon Rund het altijd heel goed gedaan. Nog een andere vraag: de botten voor de runderbouillon krijg je via de boerderij van je partner. Waar komen de kippenbotten vandaan?

Christel: De runderbotten kwamen eerst van het bedrijf van mijn partner, maar omdat hij niet biologisch gecertificeerd is (hij houdt niet van keurmerken) komen ze nu van Ecofields. De kippenbotten komen van het Biologische-3 -sterren-Beter-Leven- bedrijf Kemper Kip.

Jutta: Is er een verschil in het kook- of maakproces met de bouillon van rund? Op welke dingen moet je extra letten?

Christel: Het kookproces is nagenoeg hetzelfde. We gebruiken botten en vooral gewrichten en – dit is belangrijk om te vermelden – we gebruiken geen vlees! Opvallend is dat bij Oerbouillon Kip er relatief meer botten nodig zijn om het net zo gelatineus te krijgen als de rundervariant. Oerbouillon Kip heeft een heerlijk frisse umami smaak en bevat iets minder zout dan Oerbouillon Rund. Er zijn andere kruiden gebruikt, waarbij in Oerbouillon Rund, tijm is toegevoegd. In Oerbouillon Kip gebruiken we peterselie en koriander.

Jutta: Leuk, koriander help tegen blokkades in het spijsverteringssysteem. Peterselie heeft volgens de TCM een extra werking op het lever-bloed.

Christel: Ah wat mooi, Jutta. Ook goed te weten dat Oerbouillon Kip kan bijdragen bij een kinderwens en bij het aansterken van een kraamvrouw. Dat is wat ik ook zo graag zie, dat Oerbouillon als “de ouderwetse fruitmand”, van mens tot mens gegeven wordt, juist in periodes van grote verandering, ziekte of herstel, omdat het de essentie voedt. Als een hart onder de riem. Of in het kader van de Nier-Jing 🙂  “Als een steuntje in de rug”.

Jutta: Heel veel dank, Christel, en veel succes met al je mooie werk!

Oerbouillon proeven?

Bestel via deze route? 

(Dit is géén affiliate link :-))

© foto’s: Christel van der Meer

3-daagse module voor therapeuten

Ik heb besloten om in mei/ juni 2021 nog een keer de drie-daagse module ‘TCM-voedingstherapie voor Milt en Maag’ aan te bieden. Deze richt zich tot professionals.

Let op: ik weet momenteel nog niet of ik deze module weer via de Zhong laat accrediteren of via een andere route.

Meer informatie kun je hier vinden.

Winnaars afgelopen win-actie

In mijn blog van januari heb ik twee slow calendars verloot. De winnaars waren E. Mens en G. Broere.

Elke nacht eruit?  – Hoe je de ‘onderste poort’ dicht kunt houden

Als jongvolwassene bezocht ik samen met een vriendin een alternatief stel op hun zelfvoorzienende boerderij. Ze hadden ons uitgenodigd om een weekend te komen logeren en om mee te kijken hoe zij werken en leven. Het weekend was super maar had toch een klein nadeel: het toilet lag heel ver weg van het woonhuis. ‘Hoe moet dat ‘s nachts?’ , dachten de vriendin en ik. Het eindigde ermee dat de een de ander wakker maakte, zodra de blaas begon te drukken. Midden in de nacht. Met z’n tweeën slopen we door het donker naar de tonnetjes-plee. Beide nachten. Twee keer.

Een aantal jaar later: Ik sliep in een tentje op een Spaanse camping. Voordat ik ging slapen, liep ik voor mijn gevoel 100 keer naar het toilet – hopende dat ik ‘s nachts niet zou ‘moeten’. Met weinig succes. Ook hier moest ik in het donker met een zaklamp mijn weggetje zoeken naar de WC. Twee keer per nacht.

Nog een aantal jaren later: ik huurde een heel mooie woning en was toch niet blij met één feit. De slaapkamer zat op de bovenste verdieping. Het toilet een verdieping lager. Dit hield in dat ik ’s nachts in somnambule toestand de steile trap naar beneden moest nemen. Plassen. Terug naar bed. Weer inslapen. Opnieuw wakker worden. Voor de tweede keer naar het toilet.

Geen haar op mijn hoofd dacht eraan dat dit ook anders zou kunnen. Dat er nachten zouden kunnen bestaan zonder mijn geroutineerde bezoekje aan het toilet.

Tot ik kennis maakte met de TCM.

 

Kan dat ook anders?

Een standaardvraag aan mijn klanten gaat over hun slaap. Ik wil graag weten of ze goed in- en doorslapen en of ze uitgerust wakker worden. Een aantal klanten gaf aan dat hun slaap perfect is. Toen ik net begon met mijn praktijk vroeg ik enkele keren niet goed door. Pas bij de vraag of de klant ‘s nachts moet plassen (een belangrijke vraag binnen de TCM) werd ik alert. Want als je ‘nachts moet plassen zegt dat twee dingen:

Ten eerste: je slaapt niet door.

Veel mensen geven aan dat ze goed slapen én doorslapen – ook al moeten ze er soms tot drie keer uit. Dit komt simpelweg omdat ze het zo gewend zijn. Net als ik toen. Veel mensen ervaren hun nachtelijke bezoek aan het toilet niet als onderbreking maar als een standaard gegeven. Ze doen het op de automatische piloot. Bijna slaapwandelend naar het toilet en dan terug naar bed en gewoon doorgaan met slapen.

Ook ik ervoer het toen niet echt als storend. Lastig en gedoe wel, maar ik had niet het gevoel dat twee keer plassen mijn slaap verstoorde. Tegenwoordig weet ik: opstaan en naar het toilet lopen is een flinke onderbreking van je nachtrust.

Ten tweede: je ‘nieren’ hebben het te koud.

Met ‘nieren’ zijn niet je Westerse nieren bedoeld, maar de functiekring ‘nieren’ in de zin van de TCM. Als je onderlijf te weinig warmte en energie heeft, dan lukt het niet om een grote hoeveelheid water (urine) en kou aan te kunnen. Voordat het misgaat, word je wakker en voel je aandrang.

 

Wat doen de nieren precies?

De nieren zorgen onder meer voor voldoende ‘yang’ in je onderlichaam. Dat wil zeggen dat ze voldoende warmte en energie geven aan de baarmoeder/prostaat, urineleider en de blaas.

Zijn de nieren in balans, dan blijven de ‘onderste poorten’ dicht. Ze mooi omschreven de oude Chinezen dat. Daarmee bedoelden ze dat de warmte en energie van de nieren ervoor zorgen dat we geen urine of ontlasting verliezen. Want om de bijhorende spieren aan te sturen heb je energie en kracht (yang) nodig.

Hier een simpele uitleg: Stel je voor je wilt een grote pan met water aan de kook brengen en zet het fornuis aan. Het water symboliseert je drinken. Het vuur symboliseert de kracht van de nieren.

Als je fornuis alleen op de laagste stand functioneert, dan zal het water nooit aan de kook komen. De enige optie die je hebt, is (een deel van) het water weg te gieten.

Niets anders gebeurt in je nieren. Als je nier-vuurtje niet krachtig brandt, dan kan het de gedronken vloeistoffen niet ‘transformeren’. Je slimme lichaam stuurt je dan naar het toilet. Is de vloeistof ‘weggebracht’, dan hebben je nieren rust.

 

Waar komt de koude in de nieren vandaan?

De nieren zijn heel gevoelig voor koude. Koude kan op zo veel verschillende manieren binnen dringen, onder meer door

  • zitten op koude stenen of op koude metalen bankjes in het bushokje
  • antibioticakuren (antibiotica werken thermisch gezien heel verkoelend op het lichaam
  • het midden niet warm te houden (naveltruitjes, blote onderrug
  • veel te lopen op bloten voeten (onder de voet begint je nier-meridiaan en via deze route kan de koude ‘omhoog’ kruipen)

 

Natuurlijk draagt ook koude voeding eraan bij:

  • overmaat aan diepvriesvoeding
  • veel rauwkost (ook in vorm van sapjes)
  • te weinig warme, voedzame maaltijden
  • ijskoud drinken en ijskoud eten

 

Kan dit echt beter?

Ja. Het is zeker mogelijk dat je er ’s nachts niet meer uit hoeft. De juiste voeding speelt hier een heel belangrijke rol. Hier komen de tips:

1. Kook!

Dit is (gaap!) heel oud nieuws binnen de TCM. Maar het kan niet vaak genoeg worden herhaald. Als je gekookte (of anderszins bereide) maaltijden eet, dan hoeft je eigen interne verteringsvuur niet zelf al het werk te doen. Je houdt warmte over – en ontziet tegelijkertijd het vuurtje in je onderlijf. Dit moet namelijk bijspringen als er elders in het lichaam een tekort aan warmte dreigt.

Geef rauwkost-, melk- en broodmaaltijden geen centrale plek. Maar stap over op echte maaltijden. Denk aan omelet, soep, gerechten met peulvruchten/vlees/vis/ei/gevogelde, stamppot, (glutenvrije) pannenkoekjes, noem maar op. Begin al met een warm ontbijt. Als je de maaltijd niet warm kunt eten, eet het dan op kamertemperatuur. Denk aan linzensalade, eiersalade, aardappelsalade, salade met kip/zalm/runderreepjes, etc.

Let op: het is niet nodig om er extra warmte te nemen in vorm van extra veel kaneel, gember of kerrie. Dat zou ook averechts kunnen werken. Het gebruik van fornuis en oven zijn al voldoende!

Wil je hier meer over weten dan kun je dit bericht van mij lezen (Explosies in je lichaam – waarom kaneel en gember niet altijd de oplossing zijn).

 

2. Vermijd (een overmaat aan) diepvriesmaaltijden

Alles wat lang in de vriezer heeft gezeten, was blootgesteld aan extreme koude. Zelfs koken helpt niet om de koude van soms meerdere maanden of jaren eruit te werken.

 

3. Drink regelmatig bouillon

Hier heb al meerdere keren over geschreven. Kijk eens hier (Bouillon to go) en hier (Even bellen met Christel van Oerbouillon).

 

Los van de voeding

1. Houd je onderrug warm

Oma had gelijk: een hemd is geen overbodige luxe. In de winter en bij extreme kouwelijkheid kun je het beste een hemd van wol nemen.

 

2. Slaap op een schapenvachtje

Misschien bij hele hete temperaturen niet aantrekkelijk, maar wol reguleert op wonderbaarlijke wijze de temperatuur – zowel hitte als koude. En omdat je interne klimaat in de nieren op ‘winter’ staat, kan een schapenvacht ook in de zomer van goede dienst zijn.

 

3. Gebruik moxa

Veel TCM-therapeuten gebruiken moxa om extra warmte van buiten toe te voegen. Laat je een keer uitleggen hoe dat moet of boek een moxa-behandeling bij een TCM-therapeut.

 

4. Houd de voeten warm

Vermijd lopen op blote voeten of beperkt het tot een minimum. Gebruik sokken van wol om de voeten warm te houden.

 

Ten slotte: “Ja, maar ik drink ook altijd veel op de avond!”

Klanten verklaren het ’s nachts naar het toilet moeten vaak met het feit dat ze op de avond veel drinken. Laat je ik je nu vertellen dat het daarmee niets te maken heeft. Denk maar aan tieners. Die kunnen heel veel drinken (water, bier) en toch slapen ze compleet door.

En waarom zou je op de avond zo veel drinken? Dat is direct een aanwijzing waar elke TCM-er ook weer wakker van wordt. Want je lichaam wil je iets vertellen als je zo veel dorst op de avond hebt en liters water weg moet werken.

Trouwens: tijdens de zwangerschap en op hogere leeftijd is ’s nachts plassen min of meer oké. Maar zelfs tijdens de zwangerschap – die dus extreem veel beroep maakt op de energie van de nieren – is het mogelijk om het aantal plasmomenten terug te dringen en zelfs nachten te hebben, waarin je niet naar het toilet hoeft.

Met hogere leeftijd bedoel ik trouwens 70 plus.

♥ Veel liefde en gezondheid, Jutta

[foto: Gilles Desjardin, Unsplash]

 

3-daagse module

Die 3-daagse module in oktober zit vol. Dit komt onder meer omdat ik minder mensen toe mag laten – vanwege alle corona-regels. Er is een wachtlijst. Mocht je interesse hebben in de module, geef me een seintje. In de lente plan ik opnieuw een module.

 

Corona-slachtoffer

Het is een feit: de mooie beweegstudie waarin mijn praktijk in Zoetermeer was gevestigd, moet haar deuren sluiten. Ik ga over naar een andere locatie in Zoetermeer (Parkdreef 163).

Ik heb er met zo veel plezier gewerkt. Therese, de lieve eigenaresse, heeft er een echte oase van weten te maken. Maar ik snap haar overwegingen heel goed: de corona-maatregelen maken het onmogelijk om net zo veel deelnemers voor de do-in, pilates en qi-gong te ontvangen als ervoor. Voor de deelnemers die in het verleden hebben gezorgd voor steeds bomvolle lessen, zal het ook even wennen zijn. Lieve Therese, je was een super collega en ik zal ons regelmatige contact en je mooie locatie gaan missen! Je hebt al mooie nieuwe plannen, daarvoor ga ik extra hard duimen!

 

Boek ‘Elk seizoen in je element’ van mijn collega Gonnie van de Lang

Gonnie heeft een praktijkboek geschreven voor voor gebruik voor alledag of als naslagwerk, voor iedereen die geïnteresseerd is in de kenmerken en invloeden van de seizoenen op de stemming en de gezondheid. De beveiligde e-book versie, bevat 208 pagina’s fullcolour, rijk geïllustreerd met kleurenfoto’s en duidelijke illustratieve tekeningen bij de oefeningen en diverse links naar sites. De prijs €15,50. Meer informatie via www.vandelang.nl. Bestellen kan hier.

Waarom we drinken – alcohol in de TCM

Ik ben saai. Ongezellig. Soms doe ik moeilijk. En raar ben ik ook.

Wanneer ik dit te horen krijg? Bijna altijd als mensen die me niet kennen, horen dat ik geen alcohol lust. Dat ik niet mee hoef te borrelen. Dat ze gerust hun biertje mogen drinken. Dat ze lekker kunnen proosten met een glaasje wijn. Maar dan graag zonder mijn glaasje te vullen met hetzelfde drankje. Ik houd het lekker op een sapje, water of fris. Jep, dat is voor mij al gek genoeg.

Ja, weet ik, met mijn Duitse komaf zou ik eigenlijk dol moeten zijn op bier. Nee, je bent niet de eerste met dit grapje (gaap…). Ik heb me ook niet vergist: ik proost op het bruidspaar met een kinderdrankje. Bewuste keuze, hoor, ik had het dienblad met de champagne heus wel gezien. Bedankt, ik hoef ook geen glaasje wijn. Ook niet een halve. Nee-huh, een slokje proeven wil ik ook niet. Want. Ik. Lust. Het. Niet. – Echt niet.

Het is niet zo dat ik het niet heb geprobeerd. Natuurlijk heb ik in mijn jeugdig verleden meegedaan en ook eens bier gedronken. Toen gemengd met cola of limonade. Lekker vond ik het nooit. Alleen als ik de verhoudingen omdraaide (9 delen cola versus 1 deel donker bier) was het te doen. Net. Ook vond ik zo’n Batida-de-iets (geen idee meer wat het was) prima. Maar dan ook weer: gemengd met héél veel kersensap. Zodat je de alcohol niet zo proefde. Echt overtuigd raakte ik nooit.

Tegenwoordig het is zo: Mijn smaakpapillen vinden alcohol oprecht niet lekker. Ik word er niet warm van. Ik word er niet gezelliger van. Losser ook niet. Hooguit moe. Maar dat ben ik sowieso zo nu en dan. Daar hoef ik echt geen borrel voor. Kortom, ik doe, zeg maar, het hele jaar mee aan Dry January.

Waarom dan dit verhaaltje over alcohol?

Eigenlijk is het gek. Terwijl ik dit schrijf, herinner ik me talloze situaties waarin mij alcohol werd aangeboden. Ik denk ook aan de vele malen dat ik me heb moeten verontschuldigen. Een volwassen vrouw, oog in oog met een groep volwassen mensen, moet dus uitleggen (en zich verdedigen) dat ze op een andere manier meedoet aan de gezelligheid.

Nota bene: ik ben niet tégen alcohol! Van mij mag je borrelen. Ik til ook geen wenkbrauw op. Waarom ook? En ik zou graag dezelfde reactie krijgen. Laat me drinken wat ik wil en heb daar vrede mee. Probeer me niet te overtuigen want daarmee ben je decennia te laat.

Ik schrijf dit allemaal om uit te leggen dat ik vanuit mezelf nooit op het idee was gekomen om een blogbericht over alcohol te schrijven. Dit blogbericht heb je dus te danken aan een lieve vriendin. Ze overtuigde mij dat ik toch echt een keer iets moest schrijven over alcohol. Want voor haar is het wel een onderwerp. En eigenlijk voor veel van mijn klanten ook.

Alcohol in de TCM

Volgens de Chinese geneeskunde beweegt alcohol qi en bloed. Of simpel gezegd: het laat de energie weer stromen. Het heft blokkades (stagnaties) op en dynamiseert. Alles gaat weer stromen.

Thermisch gezien varieert de werking van verkoelend naar verhittend. Sterke drank is bijvoorbeeld verhittend. Rode wijn en rijstwijn hebben een verwarmende werking. Bier werkt verkoelend tot verfrissend, net als champagne en witte wijn.

In sommige TCM-boeken vind je het advies om een biertje te nemen om het hart-yin te kalmeren. Voor de leek: als je hart-yin niet op orde is, dan kan het zijn dat je niet goed slaapt, je je onrustig en gejaagd voelt. De bitter-verkoelende werking van het bier verhoogt het yin van het hart. En dus daarmee ook de rust, koeling en ontspanning

Maar zoals bij veel dingen, hangt het er sterk van af hoeveel je drinkt. In mijn geval zou een biertje me misschien helemaal in een knock-out-achtige slaap katapulteren. Als je nooit iets neemt, en dan ineens wel, dan werkt het zeker prachtig. Maar elke avond een biertje om in slaapt te komen, verliest op den duur de werking en camoufleert een onderliggend probleem: je kunt kennelijk niet vanuit jezelf genoeg rust vinden.

Daarnaast geldt: onafhankelijk van de thermische werking heeft alcohol op den duur een uitdrogende werking. Verwarmend of verfrissend, een overmaat beschadigt altijd je yin oftewel je bloed en je lichaamsvloeistoffen. Je lichaam raakt uitgedroogd en uiteindelijk oververhit. Concreet: een yin-leegte kan leiden tot droge huid, koortsachtig gevoel, nachtzweet, hete voetzolen en handpalmen, rimpels, inwendige onrust en slaapstoornissen.

Waarom we drinken

Naar mijn idee is het vooral de bewegende en opheffende werking van alcohol. Veel mensen (auteur inclusief) hebben in min of meer sterke mate last van een zogenaamde lever-qi-stagnatie.

Een van de taken van de lever (in de zin van de TCM) is het zorgen voor een soepele stroom van qi en bloed. De lever verdeelt qi en bloed in het lichaam over plekken waar het nodig is.

De symptomen van een lever-qi-stagnatie geven dan ook aan dat er iets niet lekker stroomt en dat er veel druk op sommige plekken is:

  • druk op de keel, een nerveus kuchje
  • tandenknarsen
  • pijn onder de ribben
  • geen trek / veel trek / pijnlijke buik / oprispingen bij stress
  • wisselend ontlastingspatroon (bijvoorbeeld op het weekend normale ontlasting, door de weeks brijig of constipatie op reis)
  • voor vrouwen: pijnlijke menstruatie, PMS, kleine klontjes in het bloed
  • stemmingswisselingen, depressieve stemming
  • snel geïrriteerd raken, je beperkt voelen
  • geblokkeerd zijn

Versterkt wordt een lever-qi-stagnatie trouwens ook door een bestaande bloed-leegte of qi-leegte. Want als er geen substantie aanwezig is om te bewegen, dan kan de lever ook niets verdelen.

Door alcohol te drinken, geven we onze qi en bloed een zetje. De stroom komt weer op gang. We lijken (schijnbaar) te kunnen ontspannen. De blokkades lijken weg. In ieder geval voor eventjes.

Maar hoe komen we aan zo’n blokkade? De blokkades zijn (zo goed als) altijd eigengemaakt. De lever is namelijk een orgaan dat van vrijheid houdt, van ontplooiing, creativiteit, beweging en ruimte.

Als we het idee hebben dat we dit niet hebben of beter gezegd: als we ons deze ontplooiing niet toestaan dan ‘gaat de lever op slot’. Een lever-qi-stagnatie geeft dan ook altijd aan dat je iets ‘dwars zit’. Dat de je je beperkt voelt. Dat je niet zo kan, als je eigenlijk zou willen. Dat je je creativiteit niet tot uiting kunt brengen.

Er is ook nog een andere reden om alcohol te pakken, namelijk moed indrinken. Moedige acties komen voort uit een sterke nier-energie. Als je voor een nieuwe, enge situatie staat, dan geef je door alcohol te nemen, je nier een zetje. Begrijpelijk.

Maar optimaler is het als je vanuit je eigen (nier-)kracht moed kunt pakken.

Wanneer is veel tè veel?

Natuurlijk weet ik dat er studies zijn die zeggen dat rode wijn juist heel gezond is. Deze studies geven ook een bepaalde hoeveelheid aan. Ik wil daar helemaal niet op ingaan. Als je me al langer volgt, dan weet je dat het vooral om je eigen onderbuikgevoel gaat.

Als je altijd een hulpmiddel (dus alcohol) nodig hebt om bijvoorbeeld

  • na een drukke dag te kunnen ontspannen
  • losser te worden
  • jezelf sexy en gezellig te vinden
  • weer vrolijk te worden
  • geestig te worden
  • te kunnen reageren op stressvolle situaties

dan is er een grote kans dat er een blokkade zit.

De meeste mensen met wie ik het over (te veel) alcohol heb, weten het eigenlijk al. ‘Ik wist dat dit niet okay was’ zeggen ze dan tegen me. ‘Ik wilde er al langer iets aan doen.’

En het is niet voor niets dat de Dry January zo populair is.

Kun je er met voeding iets aan doen?

Ja en nee.

Ja, omdat je natuurlijk kunt kijken welke voeding bij jou past. Door deze voeding te nemen kun je je lichaam optimaal voorzien van wat het nodig heeft. Op die manier heb je al één stressfactoor aangepakt.

Officieel staat in veel TCM-boeken dat er bepaalde voedingsmiddelen wel kunnen helpen tegen een lever stagnatie. En gedeeltelijk is dat natuurlijk correct. De literatuur noemt voedingsmiddelen zoals pijnboompitjes, prei, honing en azijn.

Maar de echte oplossing zal toch uit jezelf moeten komen. De ervaring leert dat  geen enkel (los) voedingsmiddel de stagnatie langdurig en grondig kan oplossen, als je niet ook het psychische en emotionele aspect meeneemt.

Hoe dan wel?

Maak je vrij van beperkingen

Je kunt natuurlijk de stress de schuld geven. De kinderen, je partner, je ouders, je werk, noem maar op. In werkelijkheid zijn het bijna nooit de externe omstandigheden die de stagnatie veroorzaken. Belangrijk is hoe je zelf omgaat met beperkende factoren. Een gebalanceerde lever geeft je het vermogen om soepel op elke situatie te reageren. Niet voor niets is de bamboe het symbool voor de lever-energie: standvastig maar toch buigt hij mee in de (tegen)wind. Vervolgens komt hij weer veerkrachtig overeind. Kijk binnen elke situatie – hoe vervelend het ook is – naar wat wél mogelijk is. Dát wil de lever!

Haal adem en rust uit

Als je van een drukke dag thuiskomt (of zoals nu waarschijnlijker: een drukke thuisdag achter de rug hebt), ga dan eerst rustig zitten. Zonder TV, zonder mobiele telefoon, zonder afleiding. Focus op je ademhaling, doe de ogen dicht. Wie weet wil je zelfs eventjes 10 minuutjes dutten.

Beweeg

Door te bewegen komt de doorstroming in het lichaam vanzelf weer op gang. Ga naar buiten, wandel. Zet daarbij net wat snellere passen dan je normaal gesproken doet.

Rek en strek

Strek vooral de zijkanten van het lichaam. Heel simpel, zoals je vroeger misschien deed op school. Eerst de ene kant, vasthouden, dan de andere kant (copyright foto: unsplash, Katee Lue)

Word creatief

Denk hierbij aan creativiteit in de breedste zin. Dat kan letterlijk zijn, dus knutselen, schilderen, iets bouwen, de meubels verzetten, fotograferen. Maar het kan ook gaan om het bedenken van een plan B of C als je in een moeilijke, op het eerst gezicht, hopeloze situatie zit.

Voor af en toe: iets zuurs

Neem een zure appel, snijd hem in partjes en besprenkel met citroensap. Neem de appel op het moment dat je eigenlijk een wijntje had willen pakken voor de ontspanning. Hetzelfde werkt ook met een glaasje water met een scheutje appelazijn en een beetje honing. Maar let op: dit is niet bedoeld voor lange termijn omdat het de maag kan aantasten.

Doe als de Duitsers

Misschien niet heel populair. Maar in dit geval kun je wel wat leren van ons. Misschien ken je het al van je vakanties. De Schorle. Wil zeggen, een drankje gemengd met spa rood. Dat kan met appelsap: dan hebben we Apfelschorle. Maar ook met wijn. Dan hebben we Weinschorle. Het voordeel: je krijgt maar de helft van de wijn binnen. En hebt toch ‘gezellig’ een glaasje drank in je hand. Let op: dit is alleen voor af en toe en biedt natuurlijk geen uitkomst als je het meerdere keren per dag toepast.

Zoek (meer) ontspanning

Als je het zelf heel moeilijk vindt om te ontspannen, zoek dan een therapeut of coach op. Bijvoorbeeld een hypnotherapeut, massagetherapeut etc. Het laatste is momenteel iets moeilijker, het eerste kan wel lekker met de momenteel geëiste afstand.

(* copyright van de titelfoto: Unsplash Cody Chan)

Wat je nu wél kunt doen!

Tja, daar zitten we nu. Scholen dicht. Steeds meer winkels dicht. Sommige mensen in paniek.

Eigenlijk had ik het blogbericht voor deze maand al klaar. En nee, het ging niet over corona. Dat wilde ik bewust niet doen. Maar ik heb toch te veel gedachtes in mijn hoofd. Daarom even deze email – trouwens deze keer niet nagelopen door een ‘echte Nederlander’… alvast excuus voor de taalfoutjes.

 

Als ik de corona crisis bekijk dan valt me op: wij hebben massaal ons ‘midden’ verloren. We worden onrustig. We kijken wat allemaal niet meer mag en kan. We zoeken de oplossing buiten onszelf: hamsteren, hopen op de snelle ontdekking van een geneesmiddel of vaccinatie, hopen op de juiste politieke beslissingen.

Vaak handelen we puur uit angst en niet vanuit het gezonde verstand.

Wist je dat in de TCM ons spijsverteringssysteem (Milt en Maag) ook verantwoordelijk zijn voor het gezonde verstand? Als Milt en Maag in balans zijn, dan zitten we lekker in ons midden en we zijn geaard. We kunnen verstandige keuzes maken en laten ons niet meeslepen in paniek. Altijd terug naar ons centrum. Vertrouwen dat het goed komt.  Veel dingen kunnen we daadwerkelijk niet beïnvloeden. Maar, misschien heb je wel iets aan de volgende tips. Allemaal dingen die je wél kunt beïnvloeden:

 

1.Ga naar buiten

Met mijn gezin heb ik afgesproken dat we elke dag een lange wandeling gaan doen. De natuur gaat (hopelijk) niet op slot. – Vanochtend hebben we tweeënhalf uur door het bos gelopen. Zelfs mijn dochter – die mijn idee in eerste instantie helemaal niet zo briljant vond – had uiteindelijk heel veel plezier. We hebben een fantastisch mooi stuk bos gezien, twee heel bijzondere, gele vlinders en een schattig eekhoorntje.

De beweging aan de buitenlucht komt je afweer ten goede!

[Kritische noot aan mezelf: jammer, op zo’n idee had ik al voor de corona-crisis moeten komen. Gewoon écht dagelijks naar het bos.]

 

2.Versterk je longen

Slaap met een open raam. Doe simpele ademhalingsoefeningen. Klop een paar minuut met je rechter vuist op het gebied onder je linker sleutelbeen; wissel dan van kant. Vermijd kunstmatige geurtjes, haarspray etc. Als je roker bent: misschien is nu een goed moment om te stoppen.

 

3.Let op je voeding

Onze afweer is afhankelijk van onze darmen. Maar er bestaat helaas geen quick fix. Er bestaat niet hét voedingsmiddel dat je afweer binnen no time versterkt. Voeding is altijd een lange termijn ding.

Maar het is nooit te laat om te beginnen. Dat kunnen simpele, eerste stappen zijn: kies pure voeding, kook vaker (nu je toch thuis bent), eet minimaal twee keer per dag een warme maaltijd, vermijd suiker.

 

4.Vermijd (een overmaat aan) slechte nieuwsberichten

Een keer heb ik de fout gemaakt en een lange uitzending bekeken over de situatie in de Italiaanse ziekenhuizen. Het beeld van een oudere man in bed, aangesloten aan de beademingsmachine, kreeg ik niet meer uit mijn hoofd. Achteraf werd ik boos op mezelf. Waarom heb ik zitten kijken? Waarom moest ik me dit te verteren geven?

Bekijk dus niet elke rapportage en volg al helemaal niet de sterftecijfers op. Dit moet je lichaam namelijk ook kunnen verteren. En als je spijsvertering al moeite heeft met het verteren van voeding, dan geldt dit ook voor alle beelden en indrukken.

Sluit je af, houd vreselijke beelden buiten.

5.Ruim op

Volgens de Chinese geneeskunde hoort de Long bij het element metaal. Een van de aspecten van het metaal-element is het loslaten. Precies wat we nu massaal moeten doen. Loslaten van consumeren, van reizen, van goedkope importproducten, van zekerheden, van gemak, …

Zet er nog een schepje boven op: ruim je huis op (ook begin je met één laatje), maak volgestopte hoeken vrij…laat oude dingen gaan en laat de energie weer stromen.

 

6.Lach

Als je filmpjes kijkt, kies dan voor grappige films. Want lachen en vrolijk zijn ondersteunen je afweer.

En ten slotte: doe aan ‘wu-wei’. Doe iets door ‘niets te doen’. De situatie is zoals het is. We kunnen er niet tegen vechten. Door je juist over te geven aan wat er nu speelt, zet je ook weer iets positiefs in gang.

 

 

Tijdelijk ‘geneeskrachtig dieet’ versus lange termijneffect

Oef, en ineens was het alweer eind februari. Mijn goede voornemen om trouw elke maand een blogbericht te schrijven, heb ik dus nu al niet gehaald. Als excuus kan ik misschien zeggen dat ik bezig was met een artikel voor een heel leuk project van een collega. Ik hou je hierover op de hoogte. Er staat zelfs een kleine verrassing op je te wachten en dan echt alleen voor jou, de trouwe lezer van dit blog.

Januari en februari zijn de maanden waarin mensen met volle moed aan diëten of een nieuwe voedingsstijl beginnen. Tijd om daar iets over te schrijven.

In het verleden had ik zelf niet veel te maken met voedingstrends of dieten. Maar één pogingen is me bijgebleven. De precieze aanleiding kan ik me niet meer echt herinneren, omdat deze poging meer dan 20 jaar terug is. Ik denk dat ik het puur deed omdat ik ‘ergens’ had gelezen dat zo’n soort voeding ‘gezond zou zijn’ en tegen trek in zoet zou helpen. Trek in zoet, daar wilde ik wel vanaf. Ik koos toen voor een voedingsstijl met meer eiwit en vet. Dus meer zalm, kaas en ei. Tegelijkertijd geen brood en suiker. De eerste vier weken voelden heel goed: ik had een verzadigd gevoel en helemaal geen zin in snoep. Ook voelde ik me energieker en helderder.

In week vijf kon ik geen zalm en ei meer zien. Ik stopte met al dat vet en eiwit. Terug naar mijn oude gewoonte (die toen trouwens ook niet optimaal was…de trek in zoet kwam natuurlijk terug).

Tegenwoordig weet ik maar te goed waarom ik deze voedingsstijl niet vol kon houden. Zo’n voedingspatroon past niet bij mijn stofwisselingstype. Veel te veel eiwit en vet en tegelijkertijd te weinig koolhydraten voor een koolhydraattype zoals ik.

 

Waarom bepaalde trends in het begin vaak heel goed werken

Of het nu om sap-vasten, raw food of paleo gaat, de meeste diëten of trends hebben meerdere dingen gemeen:

  • Ze leggen de nadruk op pure, onbewerkte voedingsmiddelen.
  • Ze vermijden suiker, alcohol en andere genotsmiddelen.
  • Sommige voedingstrends, denk aan paleo en sap-diëten mijden glutenhoudende producten.
  • Daarnaast geven ze vaak ook leefstijltips zoals ontspannen, meer slaap en beweging.

Niet zo gek dat dit allemaal een positief effect heeft.

 

Tijdelijk ‘geneeskrachtig dieet’ versus lange termijneffect

Misschien vergaat het jou hetzelfde als mij, na mijn uitstapje naar koolhydraat-arm eten. Je probeert een ander voedingspatroon en voelt je de eerste weken heel fijn. Dan begint er iets te kraken. Iets begint tegen te staan. En vervolgens stop je met de nieuwe eetgewoonte. Kennelijk past het dan toch niet 100% bij je – anders zou je doorgaan, of niet?

Vraag jezelf telkens af: is dit voedingspatroon ook op de lange termijn voor mij geschikt?

In het geval van een gezondsheidscrisis, kan het zeker zinvol zijn om de voeding radicaal om te gooien. Zo kan een sapkuur heel ontspannend zijn voor de lever – en dan bedoel ik de lever in de zin van de TCM. De zure smaak van het fruit of de groenten werkt ontspannend en koelend. De hype rond de bleekselderijsapjes is hier een goed voorbeeld van. Hier had ik al eerder over geschreven en uitgelegd dat zo’n sapje vanuit het oogpunt van de TCM zeker ook positieve effecten op het lijf kan hebben.

Dat één aspect van een dieet of voedingsstijl je goed doet, wil nog niet zeggen dat alle aspecten op lange termijn geschikt voor je zijn.

Ik denk dat ik me toen tijdens de eerste paar weken zonder koolhydraten vooral zo lekker voelde, omdat ik geen suiker, snoep en vooral ook geen gluten binnen kreeg. Dit is naar mijn idee ook de hoofdreden dat veel mensen door vasten en sapkuren opknappen– in ieder geval in het begin. Als je focust op heel pure onbewerkte voedingsmiddelen zoals fruit en groenten, dan hebben andere stofjes (kleurstoffen, antibiotica, alcohol, gluten, etc.) geen kans. Dát vindt het lichaam natuurlijk heel fijn.

Een voedingsstijl kan natuurlijk ook wel passen!

Overigens zijn er natuurlijk ook veel mensen bij wie een bepaalde voedingsstijl op lange termijn heel goed werkt. Zo sluit een keto-voedingspatroon goed aan bij iemand met het stofwisselingstype ‘rood-vlees- en -vet-type’.  Dan is het natuurlijk raak.

Voor een slow oxidizer (het stofwisselingstype dat meer koolhydraten en vooral weinig vet nodig heeft), is een keto-voedingaptroon niet te vol te houden. Oftewel alleen vol te houden met sterke wilskracht. Zo heb ik slow-oxidizer-klanten meegemaakt die een aantal maanden ketogeen hebben gegeten – ook stond het haaks op wat ze eigenlijk lekker vinden. Ze deden dit puur op wilskracht en tegen het gevoel in dat dit eigenlijk niet zo goed bij ze past.

 

En dan zijn we weer bij de vraag: wat wil je onderbuik?

Het goede aan alle pogingen: je leert je lichaam steeds beter kennen en zo kom je er steeds beter achter wat je lichaam nodig heeft. Als je merkt dat keto, Atkins of paleo op lange termijn niet voor je werken, dan zou het zomaar kunnen dat deze voedingsstijl niet bij je stofwisselingstype past.

Andersom: als je vlees vaarwel zegt, dan kan het zijn dat je lijf dat op lange termijn prettig vindt.

 

De vragen die je je op lange termijn kunt stellen:

  • Doet deze voeding mij nog steeds goed?
  • Voel ik me verzadigd?
  • Eet ik nog steeds met smaak of staat het me tegen?
  • Blijft mijn buik rustig? Of heb ik last van een opgeblazen gevoel? Constipatie?
  • Voel ik me energiek? In het beste geval energieker dan ervoor?

Op die manier kom je steeds dichter bij de voeding die echt bij je past.

Bijscholing voor professionals

In mei 2020 begint weer een 3-daagse bijscholing voor professionals: ‘TCM-voedingstherapie voor milt en maag’. Hier vind je meer informatie.

Over levende wezens met gapende snijwonden en de vraag wat je wel of niet mag

Heb jij ooit je tanden gezet in een levend wezen? Eentje dat net gewond was geraakt? Je vindt dit een walgelijke vraag? Ik ook, maar dit is precies waar dit blogbericht over gaat.

Ik weet dondersgoed dat ik me met deze tekst op dun ijs begeef. Heel dun ijs. Ik wilde hier al veel langer over schrijven. Maar altijd kwam er iets tussen: mijn Duitse vertaling (yes, het is af! zie onderaan), toen geen rust gevonden. Toen weer getwijfeld, omdat dit onderwerp altijd commotie geeft. Had ik er wel zin in? Enkele weken geleden kreeg ik namelijk een (Duits) natuurvoedingskrantje in handen en het kopje op de cover sprong mij in het oog. Ik besloot: nu is het genoeg. Ik moet mijn gedachten kwijt. Hier zijn ze dan.

“Ik eet geen dieren”

Dit was het kopje: “Ik eet geen dieren”. Deze uitsprak kwam van de Duitse atlete Jacqueline Otchere. Ze vertelt in het interview dat ze heel veel van dieren houdt en het liefst alle dieren zou willen redden. Daarom eet ze veganistisch.

Ik heb geen moeite met haar keuze om veganistisch te leven. Iedereen mag zelf weten welke voeding hij of zij kiest. Maar waar ik wel moeite mee heb, is de veronderstelling dat voor haar voedsel geen dieren lijden of sterven. Dit is simpelweg niet correct. Veel te kort door de bocht gedacht.

Eenden tegen slakken

Wie de mooie film “The biggest little farm” heeft gezien, weet misschien waar ik het over heb. In deze documentaire kopen food blogster Molly en haar partner John Chester een groot stuk land in Californië om er biologische landbouw te starten. Toen zij begonnen, was de grond een stuk dode aarde, omgeven door monoculturen en “Egg City”, de grootste eierenfabriek ter wereld.

Midden in deze ontmoedigende omgeving begint het stel de dode aarde weer leven in te blazen. Doel: een boerderij met duurzame teelt en productie met een grote diversiteit aan dieren en planten. De uitdagingen zijn gigantisch. De fruitbomen beginnen te bloeien en vruchten te dragen, maar de overgrote meerderheid wordt opgevreten door vogels. Toen een jaar later de vogels de vruchten met rust laten, komen de slakken. De bomen zitten compleet onder de slijmerige diertjes.

John en Molly bedenken een oplossing die zowel voor de oogst als voor de grond handig is: ze laten er eenden op los. Deze vreten de slakken op en laten door hun poep ook een fantastische mest achter voor de grond en bomen. De vruchten zijn gered en staan ter beschikking voor de mens.

Dit was in mijn ogen een van de meest belangrijke scenes. Het is een kringloop! Deze scene zou een belangrijke spiegel kunnen zijn voor mensen die beweren dat ze geen dieren eten.

Feit is: er moeten dieren dood, zodat de mensen fruit, groenten en peulvruchten kunnen eten. Niet alleen slakken moeten dood, maar ook andere dieren die we liefst niet aan onze granen en groenten willen laten knabbelen: ratten, insecten, motten, wormpjes, noem maar op.

De jonge atletiek-ster zou natuurlijk kunnen argumenteren: Nou, de mens doodt de slakken toch niet zelf! Maar met deze gedachte heb ik moeite. De arme eendjes moeten dus het smerige werk doen, zodat wij schone vingers houden? Feit is: de slakken moeten wel dood voor haar voedsel.

De atlete geeft verder aan dat ze het liefst alle dieren zou willen redden. Ik vraag me af: had ze dan ook aan de babyslakjes gedacht? De kleine vliegjes en insecten die allemaal ten prooi vallen ter bescherming van haar eten? Of gaat de liefde alleen naar grote dieren uit? Dieren met ogen die ‘pijn kunnen voelen’ zoals zij verder aangeeft?

Ik vind dat je in dit geval consequent moet zijn: waarom zou een insect of slak minder recht hebben op bescherming dan een koe, kat of kuiken? En waarom houdt de liefde op bij dieren? Waarom niet ook kijken naar andere levende wezens?

Dan maar happen in een levend wezen met een open snijwond

Heb je ooit je tanden gezet in een levend wezen? Eentje dat net gewond was geraakt? Met een gapende snijwond? Dat vroeg ik aan het begin van dit bericht.

Nee, natuurlijk niet, heb je misschien hardop geroepen. Nou, ik wel. En jij hoogstwaarschijnlijk ook. Namelijk elke keer als we een saladeblad eten en in een rauwe wortel happen. Om maar twee van de honderd andere opties te noemen. In feite zit in een vers gekapt saladeblad nog meer leven dan in een gebakken biefstuk.

Maar planten zijn toch geen dieren, zou je kunnen roepen. Klopt, maar ze zijn wel levende wezens. Onderzoek wijst uit dat planten wel dergelijk pijn kunnen voelen. Ze helpen elkaar onderling tegen vijanden. Ze communiceren: door middel van specifieke geurstofjes lokken ze bepaalde dieren aan om op die manier in symbiose te leven. Hetzelfde mechanisme gebruiken ze als ze in gevaar raken. Als we zomaar een blad van een plant rukken, dan geeft de plant direct geurstofjes af om planten in de buurt te waarschuwen over deze gemene aanslag.

Vers gemaaid gras vinden we lekker ruiken, maar het is in feite een geur van wanhoop die uit de plant stroomt: gras geeft op die manier aan dat de tuinman het net ‘een kopje kleiner’ heeft gemaakt.

En wist je dat bomen voor hun baby’s zorgen? Hoe lief is dat! Als een zaadje dichtbij zijn moederboom belandt, dan is de boom in staat om het te voorzien van extra veel voedingstoffen. Op die manier zorgt de boom voor zijn kindje – ook zonder ogen en een lief gezicht.

We zouden dus ook planten als levende wezens moeten accepteren. Als we een lekkere perzik eten, dan eten we eigenlijk het kindje van de boom op. Je blaadje verse rucola is dus niets anders dan en levend wezen met een gapende snijwond aan de onderkant. En jij zet er je tanden in.

Leirre Keith, auteur van het boek ‘The Vegetarian Myth’ gaat nog een stukje verder. Zij brengt het argument naar voren dat we door een klokhuis van een appel in de prullenbak te gooien, eigenlijk meerdere potentiele appelbomen inclusief hun honderden nazaten vernietigen. Als we een kom rijst opeten, dan doden we eigenlijk duizenden baby-rijstplantjes…Maar daar denken veel vegetariërs vaak niet over na.

Kortom, waarom is het legitiem om te grens maar bij de dieren te trekken? Dieren én planten zijn allemaal levende wezens en zouden met respect en bewustzijn behandeld moeten worden en bescherming moeten krijgen. Als je alle levende wezens (en dan inclusief de planten) wilt beschermen, dan moet je stoppen met eten.

 

Ten slotte

Iedereen die de misstanden in de bio-industrie aan de kaak stelt, heeft mijns inziens gelijk. Het is afschuwelijk wat er tegenwoordig gebeurt. Maar dit is niet waar het in dit bericht om gaat. Het gaat om de kortstondige en verheven gedachte: dat ‘geen dieren (direct) eten’ gelijk staat aan ‘geen dieren doden of laten lijden’. En het gaat om de verkeerde bewering dat geen enkel levend wezen in je buik beland, als je overstapt op een plantaardig voedingspatroon. Niet, als je respect hebt voor vliegjes en de pijngevoelige plant.

Leven is doden, zegt Leirre Keith. De enige vraag is: bij welk levend wezen, trek jij de grens?

 

Ontbijt voor jou – oftewel ‘Frühstück für dich’

Eindelijk is de Duitse versie van ‘Ontbijt je fit’ af! De Duitse titel is ‘Frühstück für dich – Schwungvoll in den Tag mit der Fünf-Elemente-Ernährung’. Voor 95% komt de Duitse versie overeen met de Nederlandse versie. Maar omdat de Nederlandse versie 6 jaar geleden ontstond, kon ik tijdens het vertalen al het een en ander updaten.

Dus ken je iemand, die alleen de Duitse taal spreekt, dan kun je degene blij maken met een Duits exemplaar van mijn boek. Trouwens bestaat ook een Duitse versie van het kleine poster.

Als je voor Nederland wilt bestellen, dan kan dit via de Nederlandse webshop.

Bestellen in het Duits en voor Duitstalige landen kan het beste via mijn Duitse webshop.

 

Bottenbouillon – Oerbouillon

Mijn interview met Christel heeft voor een golf van nieuwe klanten voor haar gezorgd. En velen van jullie schreven zich in voor de Oerbouillon nieuwsbrief. Super fijn voor Christel. Helaas is deze  informatie verloren gegaan. Verzoek van Christel: Zou je je a.u.b. nog eens willen inschrijven via de Oerbouillon website? Hartelijk dank alvast! www.oerbouillon.nl

EKOPLAZA

Er waren even opstartproblemen, maar Oerbouillon is nu echt verkrijgbaar bij EKOPLAZA: Almere, Amsterdam, Amstelveen, Arnhem, Bussum, Capelle a.d. IJssel, Castricum, De Bilt, Den Bosch, Den Haag, Eindhoven, Harderwijk, Hoofddorp, Rotterdam, Tilburg, Uden, Utrecht, Veldhoven, Velp, Wassenaar. het kost euro 3,99 per flesje. Wordt het nog niet bij jou in de buurt verkocht? Vraag aan de manager van jouw natuurwinkel of het via UDEA besteld kan worden. Alle hulp is welkom!

 

Dít is je anker!

De betekenis van bloed in de TCM

Sinds een paar maanden gebruik ik zo nu en dan een lippenstift om de bleker wordende kleur van mijn lippen te verdoezelen. Ik vind dat ik er dan net ietsjes frisser uitzie.

Rood is de meest gebruikelijke kleur lippenstift. Maar weet je eigenlijk wat je doet, als je rode lippenstift gebruikt? Zeker, het maakt je mooier, maar de rode kleur pretendeert ook iets.

Volgens de TCM zijn rode lippen een teken van voldoende bloed hebben. Als je voldoende bloed hebt, dan ben je gezond, goed gevoed, emotioneel stabiel en vruchtbaar. Door onze lippen net ietsje meer kleur te geven dan ze van nature hebben, gaan we al deze eigenschappen benadrukken. We signaleren daardoor aan onze omgeving: kijk nou, hoe gezond ik er uit zie.

Wat is bloed?

Eigenlijk geven we sinds oudsher een extra betekenis aan bloed. Denk maar aan sneeuwwitje die lippen had zo rood als bloed – of te wel ze was zo ontzettend mooi. Iemand kan een ‘bloedleeg’ verhaal houden. Iemands bloed kan koken. Iemand kan een volbloed-musicus zijn. Een idee kan doodbloeden. En we horen nieuws over koudbloedige misdaden.

Ook de TCM heeft een bredere opvatting over de functies van bloed: bloed voedt, bloed stroomt en transporteert qi, bloed koelt en verwarmt tegelijk.

Bloed is een vloeistof en hoort daarom bij de yinne substanties. Het lever-bloed verzorgt je ogen, specifiek je lens en de flexibiliteit ervan. Het zorgt ook voor souplesse in je ledematen. Dat wil zeggen je staat niet stijf op en kunt je armen en benen soepel bewegen.

Het hart-bloed zorgt voor een rustige hartslag. Het haalt tempo uit je drukke leven, zodat je leeft in balans met ruimte en tijd. Je kunt dan gemakkelijk pas houden met de jou gegeven tijd. Hart- en lever-bloed samen maken dat je goed kunt slapen – zowel in- als doorslapen.

De toestand van je bloed spiegelt zich in je gezicht, in je haar en in je nagels. Een goed teken zijn roze, stabiele nagels, vol en glanzend haar en rode lippen en een sprankelend kleurtje in je gezicht.

Vrouwen versus mannen met bloed-leegte

Waarschijnlijk raad je het al maar over het algemeen zijn vrouwen gevoeliger voor een zogenaamde bloed-leegte. Het niet-wetenschappelijke ‘bewijs’ vinden we in de praktijk.  Mannen zijn over het algemeen minder nachtblind dan vrouwen. Daarnaast hebben ze vaak minder moeite om direct in slaap te komen – een jaloersmakende eigenschap voor de vrouwelijke partners.

Een uitblijvende of schaarse menstruatie is dan ook een teken van een bloed-leegte. Immers moet je lichaam overschot hebben, om af te kunnen geven.

Je anker

Psychisch en emotioneel gezien is bloed je anker. Het maakt dat je je kunt afsluiten voor te veel prikkels: trillingen van anderen, straling, tocht, stemmingen, geuren. Alle omgevingsprikkels komen minder heftig binnen als je genoeg bloed hebt.

Is je bloed aangetast, dan vaart je schip te snel: je voelt je onder tijdsdruk, bent nerveus en prikkelbaar. ’s Nachts lig je te woelen en je vindt geen rust.

Je kunt ook in een depressie belanden. Zelf in een psychose. Denk als extreem voorbeeld aan de postnatale depressie. Tijdens de zwangerschap gaat veel bloed naar de baby. Tijdens de bevalling verliest een vrouw bloed. Borstvoeding geeft ook weer bloed weg (de TCM zegt dat moedermelk ‘wit bloed’ is). Meestal krijgt de vrouw ook nog te maken met een slaaptekort  en heeft daardoor minder kans om bloed op te bouwen. Een vicieuze cirkel.

Ook paniek stoornissen en een gejaagd gevoel kunnen optreden – immers heeft je anker nauwelijks nog vloeistof om te landen. Het anker krast over het blote zand. Dat scheurt en kraakt, je weet nooit wanneer je tot stilstand komt.

Ineens doen rigide en starre overtuigingen hun intrede in je belevingswereld. Je geest, je intellect stroomt niet meer, alles zit vast.

Hoe komen we aan een bloed-leegte?

Ten eerste als we letterlijk bloed verliezen, dus door ongelukken, door bevallingen, operaties en te hevige menstruaties. Bloeddonaties horen er ook bij; net als alles wat je lichaam vloeistoffen onttrekt: stress (stress is een hitte-factor), roken, slaaptekort, tekort aan rust, overmatig veel sporten/zweten.

Vanuit de voeding zijn het met name verhittende en/of uitdrogende voedingsmiddelen die ons bloed kunnen kosten, denk aan:

  • koffie
  • zwarte thee
  • hete kruiden en specerijen
  • granenkoffie
  • yogi-thee en chai (soorten die ook gedroogde gember bevatten)
  • zout van slechte kwaliteit
  • alcohol

Het moge duidelijk zijn dat niet elke koffie en elk currygerecht tot een bloed-noodstand leiden. Het gaat – zoals altijd – om een overmaat. Dat wil zeggen: een gezellige koffie met vrienden in een café is prima. Net als een keer een curry gerecht met flink wat chili. Maar elke dag meerdere kopjes koffie, gemberthee, chai en sterk gekruide gerechten, kunnen op de lange termijn wel tot problemen leiden. Tel daarbij nog een tekort aan slaap, stress en hevige menstruaties op, dan heeft je anker al minder vloeistof om in te landen.

Hoe maak je je anker sterker?

Bloed bouw je met name op door eiwit te eten. Dit staat voorop. Daarnaast vind je in de TCM-literatuur nog andere voedingsmiddelen die helpen om bloed op te bouwen, zoals:

  • rode biet
  • rode bessen
  • alle groene groenten
  • rode kool
  • lotuswortel
  • zwart sesamzaad
  • umeboshi
  • zeewier

Maar eiwit is en blijft de doorslaggevende factor! Denk hierbij aan

  • kip
  • eieren
  • peulvruchten
  • vlees (bijzonder goed zijn lever, hartjes)
  • vis

Welk eiwit het beste resultaat voor je geeft, hangt af van je stofwisselingstype. Het type rood-vlees- en vet-eter is afhankelijk van rood vlees en orgaanvlees. Kipfilet en kalkoengehakt doen hun werk bij dit type minder goed.

De koolhydraat-eter kan aan eiwit op basis van peulvruchten al voldoende hebben – dit geldt met name voor de extreme koolhydraat-types. Voor de overgrote meerderheid geldt, dat eieren en mager vlees (in dit geval werkt kipfilet dus wel) prima bloed kunnen opbouwen.

Het gebalanceerde type is ook afhankelijk van dierlijk eiwit – echter in veel mindere mate dan de rood-vlees- en vet-eter.

Hier onder vind je een medicinale bouillon voor de bloed-opbouw:

Ingrediënten

  • 500 g vlees (kip/kalkoen voor het koolhydraattype; rund/kippenhartjes voor het rood-vlees- en vet-type; het gebalanceerde type mag kiezen)
  • 1 Chinese kool
  • 500 g wortels, schoongemaakt en geschild
  • 2 EL gojibessen
  • 2 EL zwart sesamzaad
  • 2 EL zeewier (bijv wakame)
  • 3 l water
  • aan het einde van de kooktijd: 1 bos peterselie

Bereiding

  • breng het vlees in het water aan de kook.
  • was en schil de groenten. Verwijder zorgvuldig alle restjes aarde en alle beschadigde plekjes. Verwijder het wortelgedeelte van de groenten.
  • voeg de groenten toe en breng de bouillon weer aan de kook.
  • laat op een zacht vuur minimaal 4 uur koken (gesloten deksel).
  • verwijder tussendoor het ontstane schuim met een lepel.
  • voeg eventueel nog iets water toe (je kunt dit water koken in een waterkoker).
  • zeef de bouillon en vang de bouillon op.
  • het vlees kun je nog eten. Gooi de overige ingrediënten weg.

Vul de nog hete bouillon in schone glazen potjes (ca 500 ml volume) en doe de potjes direct dicht. Er ontstaat een vacuüm en de deksel is ingedrukt.  Je kunt bijv. oude jampotjes gebruiken. Bewaar de bouillon in de potjes in de koelkast. De bouillon is meerdere weken houdbaar.

Dosering

Een a twee keer per dag een portie (ca 150 ml) verwarmen (in een pan, niet in de magnetron). Drinken voor de maaltijden of als tussendoortje. Je kunt de bouillon ook als basis voor soepen gebruiken.

Zomervakantie

Vanaf 9 augustus t/m 23 augustus zorg ik er voor dat ik mijn batterij weer oplaad. Ik ga op pad en blijf uit de buurt van mijn laptop. Dat geld ook voor mensen die me helpen met de zaken. Dat houdt in dat ik in deze periode nauwelijks mijn email check. Telefonisch ben ik niet bereikbaar.
Voor mijn webshop betekent dit dat de bestellingen veel langzamer worden afgewerkt en verzonden. Het kan langer duren voordat je een pakket binnen hebt. Daarnaast kan het zijn dat de bestelling wordt opgedeeld op twee pakketten.

3 daagse module voor therapeuten

Na heel wat gepuzzel met de data, staat er in de herfst weer een 3-daagse module ‘TCM-voedingstherapie voor Milt en Maag’ gepland. Hier vind je meer informatie.