Ontbijt tegen elke prijs?

In sommige weekenden – na het uitslapen – begin ik de dag met een brunch-achtige maaltijd. Dan is het al rond 11 uur. Als ik op die dag dan nog een tussendoortje neem en vervolgens gewoon dineer, dan houd ik meestal trek. Dit gebeurt los van de grootte van de maaltijden en tussendoortjes. Ik merk ‘s avonds dat ik letterlijk een complete maaltijd heb overgeslagen. Dus zo’n oefening van uitslapen en lekker laat ‘ontbijten’ werkt niet echt voor mij.

Maar wie weet hoor je bij de mensen voor wie dit wél erg goed werkt en die zich helemaal op en top gevoed voelen met maar twee maaltijden op een dag. Waar ik het vandaag over wil hebben is de vraag of je écht moet ontbijten.

Ontbijt je fit’

Als auteur van het boek ‘Ontbijt je fit’ zou ik natuurlijk volmondig ‘ja’ moeten roepen. Natuurlijk moet je ontbijten! Ik denk nog steeds dat het ontbijt de meest aangewezen maaltijd is om aanpassingen door te voeren. Vanuit TCM-oogpunt maar ook vanuit praktisch oogpunt. Maar ook hier ligt het antwoord genuanceerder. Laat ik het maar zo zeggen: het hangt ervan af.

Wat zegt de TCM?

Volgens de TCM is het heel duidelijk: Maag en Milt, de twee organen die verantwoordelijk zijn voor de spijsvertering, hebben ‘s ochtends hun hoogste energetische capaciteit. Voor de Maag is dit tussen 7 en 9 uur. Voor de Milt tijdens de twee daaropvolgende uren.

Als je dit in gedachte houdt en het feit dat we vaak lange en drukke dagen hebben, dan is het alleen maar logisch om je lichaam te voorzien van brandstof voordat je het huis verlaat. (Dat hoeft trouwens niet stipt om 7 uur te zijn – ten minste niet naar mijn interpretatie, en die kan soms best ruim zijn. Maar binnen de eerste anderhalf uur na het opstaan aan het ontbijt te zitten, is wel een aanrader.)

Een ontbijt is vooral belangrijk als je vaak moe bent, als je spijsvertering niet op orde is, als overgewicht hebt, kortom als je niet zo lekker in je vel zit. Überhaupt geen trek in de ochtend hebben, geeft eigenlijk aan dat je Milt en Maag te moe zijn om van zich te laten horen. Trek hebben in ontbijt betekent ook: trek hebben in het leven, je tanden in iets durven te zetten. Er zin in hebben. Als je dit mist, dan zou je wel eens iets liever voor je midden (Milt en Maag) mogen zijn. Je moet je spijsverteringsorganen dus letterlijk een beetje wakker kietelen. En dat doe je natuurlijk door (de passende voeding) te eten. Weet je nog dat de Chinezen zeggen “De aarde geneest zichzelf”? Of te wel: stop er goed eten in en je spijsverteringsorganen kunnen weer aansterken en in balans komen. In dit geval is een ontbijt – ook al zijn het om te beginnen maar een paar kleine hapjes – bijna onmisbaar.

Uitdaging: Wat als ik giga-vroeg op moet staan?

Als je buschauffeur bent of verpleegkundige en je werk op steeds wisselende tijden begint, dan kun je de eerste maaltijd van de dag gewoon als ontbijt beschouwen. Stel dat je om 4 uur op moet staan – dan snap ik best dat je nog geen trek hebt. In dit geval kun je het ontbijt meenemen naar je werk en dan een paar uur later hopelijk een rustig moment vinden om te ontbijten en de dag te beginnen.

Wat zegt de leer van de stofwisselingstypes?

Als je bij de koolhydraat- en gebalanceerde types hoort, dan zou een ontbijt een vast onderdeel van je dag moeten zijn. Juist de koolhydraat-types hebben vaak een niet zo sterke spijsvertering. Ze doen het vaak het beste op 3 maaltijden plus nog tussendoortjes. Een complete maaltijd structureel overslaan, betekent dat ze structureel tekortkomen.

Voor de rood-vlees-en-vettypes ligt het net iets genuanceerder. Extreme rood-vlees-en-vettypes kunnen wel degelijk structureel leven met twee maaltijden per dag. Dit hoor ik vaak van klanten (horende bij dit stofwisselingstype) die na een bepaalde tijd zo goed zijn afgestemd dat ze goed verzadigd zijn. Ze voelen dan ineens dat ze aan een later ontbijt en een vroeg diner genoeg hebben. Let wel: twee maaltijden per dag zijn dus niet het ultieme doel voor elke rood-vlees-en-vettype. Maar het is dus okay en prima. Onmisbare voorwaarden zijn dat je spijsvertering op orde is,  dat je je op en top fit voelt en natuurlijk dat je maaltijden kiest die voor jou goed verteerbaar zijn en die je midden goed verzadigen.

En intermittent fasting dan?

Telkens weer komt tijdens consulten het onderwerp intermittent fasting ter sprake. Als je dit niet kent: het gaat hier om een periodiek (wel onderbroken) vasten. De vastenperiode beslaat meerdere uren (soms ook een hele dag) en vervolgens mag je weer eten. Er zijn talloze manieren om aan intermittent fasting te doen. In de praktijk maak ik vaak mee dat klanten in het kader van deze methode simpelweg het ontbijt overslaan.

Vanuit TCM oogpunt is deze manier van intermittent fasting voor de overgrote meerderheid minder geschikt. Zeker als je je niet vitaal voelt. Vaak brengt dit ook niet het gewenste effect op het gewicht. Want het lichaam voelt precies dat er een maaltijd mist. Daarnaast kunnen de eventueel sowieso al zwakke spijsverteringsorganen niet herstellen.

Wat wel een goed compromis kan zijn en ook de stofwisseling op gang kan helpen: een vroeg diner, dan circa 14-16 uur niets eten (als het goed is slaap je natuurlijk tijdens deze periode). Vervolgens eerst sporten – bij voorkeur in de buitenlucht – en dan wél ontbijten. Concreet: je dineert om 18 uur. De volgende ochtend ga je rond 8 uur eerst hardlopen, flink wandelen of op een andere manier bewegen die je aan het zweten brengt. En dan ga je gewoon ontbijten. Als dit rond 9 uur is, dan heb je zo’n 15 uur gevast. Je hoeft intermittent fasting dus niet te opgeven maar je combineert het gewoon met de TCM.

Ja, hoe nu verder?

Ik ga proberen om dit allemaal samen te vatten. Hoe meer je lichaam uit evenwicht is, hoe belangrijker je ontbijt is. Hoe minder honger en trek je kunt voelen, hoe belangrijker een ontbijt is. Voor de rood-vlees-en-vettypes geldt dat ze met het ontbijt en vooral het tijdstip van het ontbijt iets ruimer om kunnen gaan – mits hun spijsvertering en lichaam in balans zijn.

En bovenal: jouw lichaam heeft altijd het laatste woord!

Als jij je vitaal voelt en geen klachten hebt, blijf dan vooral jouw eigen manier volgen.

(c) stockfoto canva

Dat deed ik anders nooit…

Twee jaar geleden deed ik iets wat ik anders nooit deed: ik gaf commentaar op de voeding van het kind van een vriendin. Dit is normaal gesproken een absolute no-go voor mij. Ik geef echt nooit commentaar op het eten van iemand anders. Tenzij dat ik word gevraagd om advies.

Samen met een bevriend gezin waren we beland in een restaurant (pre-corona…). Het was een al you can eat restaurant met de nadruk op sushi en Aziatische gerechten. Niet mijn eerste keuze, maar ook hier geldt:  ….geen dogma als het gezellig kan worden. De zoon van mijn vriendin bleef maar bestellen: eend, zalm, rund. En mijn vriendin werd steeds bleker. “Moet je niet wat rijst erbij?” en “Nee, doe maar niet nog een keer eend, hoor!”

Ik ken haar al bijna 30 jaar inclusief haar eetvoorkeuren. Ze houdt niet van vet en rood vlees, eet sowieso weinig vlees, griezelt van mosselen en alles waar te veel vet aan zit. Kortom, een koolhydraat-type. Ter herinnering: er zijn twee koolhydraat-types, waarvan ik de één inmiddels beschrijf als “Gemoedelijke Boeddha”. Precies mijn vriendin. Dit zijn mensen die veel groenten nodig hebben, granen ook. Daarnaast mager eiwit, zoals uit ei, peulvruchten en mager vlees (bijvoorbeeld kipfilet). Toen ik haar zoon zag eten en genieten van alles waarvan mijn vriendin griezelt, wist ik ook zeker: hij is definitief geen koolhydraat-type.

En toen heb ik dit (heel voorzichtig) tegen mijn vriendin gezegd. Uit het gesprek bleek dat het klopte wat ik vermoedde: ze vertelde dat haar zoon vaak hongerig van school thuis komt. Brood verzadigt niet, rijst en granen doen hem niets. Fruit weigert hij – op een keer een onrijpe banaan na.

Ik gaf haar voorzichtig de tip om haar zoon gerust meer dierlijk eiwit en vet te laten eten. Ze was er heel open voor – met name omdat het zo herkenbaar was. Gelukkig eet zijn vader wel meer vlees en eiwit. Dus haar zoon heeft aan tafel de keuze.

En dat is precies waar het om gaat: als je kinderen hebt, geef ze de keuze en zadel ze niet op met jouw eigen eet-visie en voedingsvoorkeuren.

En ik begin maar direct bij mezelf. Ik ben een kolenhydraat-type. Niet echt dol op rood vlees, dus met een sterke voorkeur voor een min of meer vegetarisch voedingspatroon. Had ik mijn dochter in mijn eentje opgevoed, dan had ik haar waarschijnlijk ondervoed. Zeker in de beginperiode van mijn werk als TCM-voedingsconsulent toen ik nog niet werkte met de stofwisselingstypes.  Het arme kind had van mij nooit of alleen zeer zelden gehaktballen of biefstuk gekregen. Simpelweg omdat ik daar zelf geen behoefte aan heb.

Gelukkig, gelukkig eten zowel haar vader als haar stiefvader wel (meer) vlees. Op die manier kan mijn dochter bij de maaltijden kiezen. En hoeft ze zich niet te conformeren aan mijn eigen voorkeuren.

Waar het om gaat: je hoeft het stofwisselingstype van je kind niet te weten, als je maar openstaat en het niet belemmert in de keuze.

Hier nog een paar tips:

  1. Ga niet je eigen eetvoorkeuren projecteren op je kinderen. Ook al hou je niet bijzonder van vlees, ga er dan niet vanuit dat er voor je kind hetzelfde geldt. Andersom: als je een grote vleesliefhebber bent, dan hoeft dan niet voor je kind te gelden.
  2. Voor de koolhydraattypes: als je zelf niet dol bent op vlees, zorg er dan voor dat je kind vaker bij oma eet. Of bij de buren. Of iemand anders die wel van vlees houdt – en dit ook met enthousiasme op het bordje legt.
  3. Voor de vleesliefhebbers: neemt het serieus als je kind net niet zo enthousiast reageert als jij zelf.
  4. Lepelt je kind pure roomboter of pindakaas in zijn mondje: geen paniek. Het zou kunnen dat het simpelweg heel erg van vet houdt – en dit ook nodig heeft.

© Charlein Gracia, unsplash

Waarom je beter maar géén citroensap kunt drinken

In het verleden heb ik best wat voedingstrends uitgeprobeerd. Het drinken van water met citroensap hoorde er niet bij. Al sinds mijn 20ste heb ik namelijk een gevoelige maag. Dat leidde zelfs een keer tot een griezelige maagspiegeling met daaropvolgend een poosje maagzuurremmers slikken. Wist ik toen veel van de TCM. Gelukkig is dat lang geleden. Er is al veel geschreven over het nut van het drinken van citroensap. Hier komt de visie van de TCM.

 

Waarom wél citroensap drinken?

Volgens veel experts helpt een glas water met het sap van een halve citroen om te detoxen. Daarnaast, aldus de Westerse kijk, zit er veel vitamine C in. En vitamine C is een goede anti oxidant en kan helpen tegen infecties. Ook bij het afvallen zou het helpen. (De reden weet ik even zo niet meer, maar het wordt vaak genoeg beweerd.)

Ook de TCM ziet trouwens iets positiefs in de citroen: de zure citroen heeft een ontspannende werking op de lever. Citroensap helpt om (kleine) stagnaties op te heffen.

Als je er goede ervaringen mee hebt, dan kun je zeker zo doorgaan. Want, zoals ik ook vaak tijdens adviesgesprekken benadruk: jouw lichaam heeft altijd het laatste woord.

Maar kijk ook eens naar de volledige visie van de TCM – die zoals bijna altijd wel een beetje kritischer is.

 

Waarom niet?

Volgens de TCM-literatuur heeft het gebruik van citroen(sap) ook contra-indicaties. Een daarvan is een milt-qi-leegte. Als je dit blog al langer volgt, dan weet precies wat dit is. Namelijk een zwakke spijsvertering met eventueel de volgende klachten: brijige ontlasting, trek in zoet, rommelige buik, winderigheid. Eventueel komt er ook een gevoel van koude bij (koude handen en voeten).

Een andere contra-indicatie is een zogenoemde maag-yin-deficiëntie. Een maag-yin-deficiëntie kun je vertalen met ‘een gevoelige maag’. Je maag reageert gevoelig op bepaalde voedingsmiddelen zoals bijvoorbeeld zure voeding, vette voeding en pittige voeding. In dit geval zou citroensap alleen nog meer irriteren.

Wat een absolute contra-indicatie is, is het zogenaamde maag-vuur. Als je last hebt van maag-vuur dan heb je behoorlijk wat maagzuurklachten en oprispingen. In veel gevallen ga je aan de maagzuurremmers – die trouwens in de zin van de TCM alleen het ‘geluidje’ uitzetten maar niet echt het vuur koelen.

Door water plus citroensap te drinken kun je ook nog aankomen. Dat geldt met name voor mensen met het stofwisselingstype ‘balanced’ en rood-vlees- en vet-type. Want deze twee types zijn niet gediend bij snacks of drankjes die uitsluitend uit koolhydraten bestaan. Citroensap laat de bloedsuikerspiegel pieken – en vervolgens weer crashen. Met het gevolg dat er grote trek optreedt, mensen cravings krijgen en gaan overeten.

Nu weet je waarschijnlijk ook dat het in de Chinese voedingsleer nooit om één specifiek voedingsmiddel of één specifieke gewoonte gaat die de boel uit balans brengt. Maar het gaat om het hele voedingspatroon.

Daarom geldt ook hier: zo nu en dan een glaasje citroensap kan zeker geen kwaad. Problematisch wordt het als je leidt aan milt-qi-deficiëntie of maag-yin-deficiëntie en citroensap langdurig inneemt.

 

Twee kleine tips

Limiteer de hoeveelheid

Als je per se citroensap wilt nemen, houdt het dan op een paar druppels per glas water. Dan kun je profiteren van het zetje (oftewel enkele enzymen), zonder dat er te veel koude binnenkomt.

 

Verwerk het sap in je ontbijt (of in een andere maaltijd)

Het sap komt minder hard binnen als je het mengt in je gekookte ontbijt. Denk aan een scheutje citroensap in je pannenkoekbeslag, omelet of soep.

                                                                                                                      ♥    (© foto: Pixpoetry – unsplash)

 

 

Dít is je anker!

De betekenis van bloed in de TCM

Sinds een paar maanden gebruik ik zo nu en dan een lippenstift om de bleker wordende kleur van mijn lippen te verdoezelen. Ik vind dat ik er dan net ietsjes frisser uitzie.

Rood is de meest gebruikelijke kleur lippenstift. Maar weet je eigenlijk wat je doet, als je rode lippenstift gebruikt? Zeker, het maakt je mooier, maar de rode kleur pretendeert ook iets.

Volgens de TCM zijn rode lippen een teken van voldoende bloed hebben. Als je voldoende bloed hebt, dan ben je gezond, goed gevoed, emotioneel stabiel en vruchtbaar. Door onze lippen net ietsje meer kleur te geven dan ze van nature hebben, gaan we al deze eigenschappen benadrukken. We signaleren daardoor aan onze omgeving: kijk nou, hoe gezond ik er uit zie.

Wat is bloed?

Eigenlijk geven we sinds oudsher een extra betekenis aan bloed. Denk maar aan sneeuwwitje die lippen had zo rood als bloed – of te wel ze was zo ontzettend mooi. Iemand kan een ‘bloedleeg’ verhaal houden. Iemands bloed kan koken. Iemand kan een volbloed-musicus zijn. Een idee kan doodbloeden. En we horen nieuws over koudbloedige misdaden.

Ook de TCM heeft een bredere opvatting over de functies van bloed: bloed voedt, bloed stroomt en transporteert qi, bloed koelt en verwarmt tegelijk.

Bloed is een vloeistof en hoort daarom bij de yinne substanties. Het lever-bloed verzorgt je ogen, specifiek je lens en de flexibiliteit ervan. Het zorgt ook voor souplesse in je ledematen. Dat wil zeggen je staat niet stijf op en kunt je armen en benen soepel bewegen.

Het hart-bloed zorgt voor een rustige hartslag. Het haalt tempo uit je drukke leven, zodat je leeft in balans met ruimte en tijd. Je kunt dan gemakkelijk pas houden met de jou gegeven tijd. Hart- en lever-bloed samen maken dat je goed kunt slapen – zowel in- als doorslapen.

De toestand van je bloed spiegelt zich in je gezicht, in je haar en in je nagels. Een goed teken zijn roze, stabiele nagels, vol en glanzend haar en rode lippen en een sprankelend kleurtje in je gezicht.

Vrouwen versus mannen met bloed-leegte

Waarschijnlijk raad je het al maar over het algemeen zijn vrouwen gevoeliger voor een zogenaamde bloed-leegte. Het niet-wetenschappelijke ‘bewijs’ vinden we in de praktijk.  Mannen zijn over het algemeen minder nachtblind dan vrouwen. Daarnaast hebben ze vaak minder moeite om direct in slaap te komen – een jaloersmakende eigenschap voor de vrouwelijke partners.

Een uitblijvende of schaarse menstruatie is dan ook een teken van een bloed-leegte. Immers moet je lichaam overschot hebben, om af te kunnen geven.

Je anker

Psychisch en emotioneel gezien is bloed je anker. Het maakt dat je je kunt afsluiten voor te veel prikkels: trillingen van anderen, straling, tocht, stemmingen, geuren. Alle omgevingsprikkels komen minder heftig binnen als je genoeg bloed hebt.

Is je bloed aangetast, dan vaart je schip te snel: je voelt je onder tijdsdruk, bent nerveus en prikkelbaar. ’s Nachts lig je te woelen en je vindt geen rust.

Je kunt ook in een depressie belanden. Zelf in een psychose. Denk als extreem voorbeeld aan de postnatale depressie. Tijdens de zwangerschap gaat veel bloed naar de baby. Tijdens de bevalling verliest een vrouw bloed. Borstvoeding geeft ook weer bloed weg (de TCM zegt dat moedermelk ‘wit bloed’ is). Meestal krijgt de vrouw ook nog te maken met een slaaptekort  en heeft daardoor minder kans om bloed op te bouwen. Een vicieuze cirkel.

Ook paniek stoornissen en een gejaagd gevoel kunnen optreden – immers heeft je anker nauwelijks nog vloeistof om te landen. Het anker krast over het blote zand. Dat scheurt en kraakt, je weet nooit wanneer je tot stilstand komt.

Ineens doen rigide en starre overtuigingen hun intrede in je belevingswereld. Je geest, je intellect stroomt niet meer, alles zit vast.

Hoe komen we aan een bloed-leegte?

Ten eerste als we letterlijk bloed verliezen, dus door ongelukken, door bevallingen, operaties en te hevige menstruaties. Bloeddonaties horen er ook bij; net als alles wat je lichaam vloeistoffen onttrekt: stress (stress is een hitte-factor), roken, slaaptekort, tekort aan rust, overmatig veel sporten/zweten.

Vanuit de voeding zijn het met name verhittende en/of uitdrogende voedingsmiddelen die ons bloed kunnen kosten, denk aan:

  • koffie
  • zwarte thee
  • hete kruiden en specerijen
  • granenkoffie
  • yogi-thee en chai (soorten die ook gedroogde gember bevatten)
  • zout van slechte kwaliteit
  • alcohol

Het moge duidelijk zijn dat niet elke koffie en elk currygerecht tot een bloed-noodstand leiden. Het gaat – zoals altijd – om een overmaat. Dat wil zeggen: een gezellige koffie met vrienden in een café is prima. Net als een keer een curry gerecht met flink wat chili. Maar elke dag meerdere kopjes koffie, gemberthee, chai en sterk gekruide gerechten, kunnen op de lange termijn wel tot problemen leiden. Tel daarbij nog een tekort aan slaap, stress en hevige menstruaties op, dan heeft je anker al minder vloeistof om in te landen.

Hoe maak je je anker sterker?

Bloed bouw je met name op door eiwit te eten. Dit staat voorop. Daarnaast vind je in de TCM-literatuur nog andere voedingsmiddelen die helpen om bloed op te bouwen, zoals:

  • rode biet
  • rode bessen
  • alle groene groenten
  • rode kool
  • lotuswortel
  • zwart sesamzaad
  • umeboshi
  • zeewier

Maar eiwit is en blijft de doorslaggevende factor! Denk hierbij aan

  • kip
  • eieren
  • peulvruchten
  • vlees (bijzonder goed zijn lever, hartjes)
  • vis

Welk eiwit het beste resultaat voor je geeft, hangt af van je stofwisselingstype. Het type rood-vlees- en vet-eter is afhankelijk van rood vlees en orgaanvlees. Kipfilet en kalkoengehakt doen hun werk bij dit type minder goed.

De koolhydraat-eter kan aan eiwit op basis van peulvruchten al voldoende hebben – dit geldt met name voor de extreme koolhydraat-types. Voor de overgrote meerderheid geldt, dat eieren en mager vlees (in dit geval werkt kipfilet dus wel) prima bloed kunnen opbouwen.

Het gebalanceerde type is ook afhankelijk van dierlijk eiwit – echter in veel mindere mate dan de rood-vlees- en vet-eter.

Hier onder vind je een medicinale bouillon voor de bloed-opbouw:

Ingrediënten

  • 500 g vlees (kip/kalkoen voor het koolhydraattype; rund/kippenhartjes voor het rood-vlees- en vet-type; het gebalanceerde type mag kiezen)
  • 1 Chinese kool
  • 500 g wortels, schoongemaakt en geschild
  • 2 EL gojibessen
  • 2 EL zwart sesamzaad
  • 2 EL zeewier (bijv wakame)
  • 3 l water
  • aan het einde van de kooktijd: 1 bos peterselie

Bereiding

  • breng het vlees in het water aan de kook.
  • was en schil de groenten. Verwijder zorgvuldig alle restjes aarde en alle beschadigde plekjes. Verwijder het wortelgedeelte van de groenten.
  • voeg de groenten toe en breng de bouillon weer aan de kook.
  • laat op een zacht vuur minimaal 4 uur koken (gesloten deksel).
  • verwijder tussendoor het ontstane schuim met een lepel.
  • voeg eventueel nog iets water toe (je kunt dit water koken in een waterkoker).
  • zeef de bouillon en vang de bouillon op.
  • het vlees kun je nog eten. Gooi de overige ingrediënten weg.

Vul de nog hete bouillon in schone glazen potjes (ca 500 ml volume) en doe de potjes direct dicht. Er ontstaat een vacuüm en de deksel is ingedrukt.  Je kunt bijv. oude jampotjes gebruiken. Bewaar de bouillon in de potjes in de koelkast. De bouillon is meerdere weken houdbaar.

Dosering

Een a twee keer per dag een portie (ca 150 ml) verwarmen (in een pan, niet in de magnetron). Drinken voor de maaltijden of als tussendoortje. Je kunt de bouillon ook als basis voor soepen gebruiken.

Zomervakantie

Vanaf 9 augustus t/m 23 augustus zorg ik er voor dat ik mijn batterij weer oplaad. Ik ga op pad en blijf uit de buurt van mijn laptop. Dat geld ook voor mensen die me helpen met de zaken. Dat houdt in dat ik in deze periode nauwelijks mijn email check. Telefonisch ben ik niet bereikbaar.
Voor mijn webshop betekent dit dat de bestellingen veel langzamer worden afgewerkt en verzonden. Het kan langer duren voordat je een pakket binnen hebt. Daarnaast kan het zijn dat de bestelling wordt opgedeeld op twee pakketten.

3 daagse module voor therapeuten

Na heel wat gepuzzel met de data, staat er in de herfst weer een 3-daagse module ‘TCM-voedingstherapie voor Milt en Maag’ gepland. Hier vind je meer informatie.

Bloedpudding en schapenmaag (stop maar met lezen als je veganist bent)

Het zwarte schijfje

We wisten ons er geen raad mee: het zwarte schijfje onherkenbaar ‘iets’ op het bordje van mijn vriend. Het was iets dierlijks, maar wat precies?

Ik zat in Schotland. Heerlijk. Een week vakantie. Mijn vriend en ik waren in een eettentje beland op de Ilse of Skye. Het was al rond lunchtijd maar het menu gaf duidelijk aan dat het ‘Schotse ontbijt’ de hele dag kon worden besteld.

Mijn vriend – een parasympaticus (dat wil zeggen: één van de twee types rood-vlees en vet-eters) – ging ervoor. En mijn voedingsdeskundige-hart keek geïnteresseerd mee.

Je moet weten dat mijn vriend nog geen twee jaar geleden probeerde om vegetarisch te eten. Het ging hem helemaal niet slecht af maar nadat we er achter kwamen dat zijn stofwisselingstype hoort bij de rood-vlees-  en vet-eters, begon hij meer (uiteraard biologisch) vlees en vet te eten. Nu zie ik hem opbloeien en genieten. En dus een echt Schots ontbijt bestellen, omdat dit hem veel beter voedt dan een granenpapje.

De oplossing

Google bracht licht in het donker: het zwarte schijfje was blackpudding. Klinkt als een pudding van donkere chocolade. Maar ik moet je teleurstellen. Blackpudding is gemaakt van varkens- of ander dierlijk bloed. Gemengd met havermout, kruiden en (runder)vet wordt de pudding in een worstvel gekookt en vervolgens in schijfjes gesneden en gebakken als ontbijt gerecht geserveerd. In 2016 werd blackpudding trouwens door een website uitgeroepen tot superfood, naast broccoli en spinazie. De website claimde dit door te verwijzen naar het hoge gehalte aan ijzer en zink – en zorgde voor een felle discussie in de media…

Naast blackpudding lag er nog een ander donker schijfje op het bord. Maar daarop hadden we ons al voorbereid, inclusief de ‘making of’ op You Tube: Haggis is hét Schotse nationale gerecht. Het bestaat uit een mengeling van long, hart en lever van het schaap met havervlokken en kruiden. Dit mengsel wordt gekookt in een schapenmaag. De Schotse dichter Robert Bruns heeft er zelfs een gedicht over geschreven. Slik.

Mijn leermoment

Twintig jaar geleden had ik zeker geen van de donkere vlees-schijfjes geproefd. Toen had ik dit bord barbaars gevonden. Misschien zelfs de koper van het bordje als ongedisciplineerd afgestempeld. Er bestond zelf de kans – ik heb moeite om dit toe te geven – dat ik kokhalsgeluiden had gemaakt en met een arrogante blik aan mijn groentesoepje was begonnen. Pfff, zo veel vlees was toch echt niet nodig! Of wel?

Gelukkig zijn we hier om te leren. En zo heb ook ik mijn les geleerd.

Zelf heb ik het stofwisselingstype ‘sympaticus’. Dat wil zeggen dat ik een koolhydraateter ben. Niet zo raar dat (veel) vlees me niet echt trekt. Ik kan zelfs vegetarisch leven zonder dat mijn lichaam daar schade aan ondervindt.  In feite heb ik dit (op vis na) bijna 14 jaar gedaan. Het kostte me geen moeite. Ik begon pas weer iets meer dierlijk eiwit te eten toen ik enkele maanden na de bevalling van mijn dochter bloedeloos aan de kassa van de AH stond en bijna flauw viel. Maar dat is stof voor een andere blog.

Inmiddels weet ik dat iedereen een eigen stofwisselingstype heeft en dat er mensen zijn die simpelweg meer vlees en vet nodig hebben. Zij zouden ziek worden als ze vegetarisch zouden eten. Net als een koolhydraat-eter tegen zijn behoefte in gaat als hij ineens overschakelt op een koolhydraatarm dieet. Ik ga ervan uit dat er in Schotland veel rood-vlees- en vet-eters zijn, die dus vet en dierlijk eiwit, inclusief orgaanvlees, nodig hebben. En voor hen kan zo’n blackpudding wel degelijk een superfood zijn.

Ondanks dat ik aan een paar hapjes genoeg had, moest ik toegeven dat beide plakjes best lekker waren.

Logisch

Schotland is een ongelooflijk mooi land – maar ook een land met veel regen en vochtige nevels. Niet alleen de highlands zijn ruw en wild en winderig.

Voor mij is het logisch dat hun traditionele eten niet bestaat uit een groentesoepje – ook al had je mij daarmee blijer gemaakt.

Vette vis zorgt voor de voorziening in omega drie vetten. Schapenvlees is verwarmend, haver (in de Haggis, in veel koekjes) ook…Dit geeft kracht, een bescherming tegen de onstuimige weersomstandigheden. Ondenkbaar dat ze daar (over)-leefden op salade en fruit.

Joepie! Ook glutenvrij

Waar je in Nederland vaak naar glutenvrije gerechten moet zoeken, was het in Schotland heel gemakkelijk om aan glutenvrije maaltijden te komen. Geen tarwebrood bij de vis willen eten? Geen probleem, hier heb je glutenvrije havercrackers. Zelfs glutenvrije fish ‘n chips waren verkrijgbaar. Daar werd ik zo blij van.

Wat ik ook weer interessant vond: de patat werd gefrituurd in ossenwit – geheel volgens de traditie. Ossenwit en reuzel zijn de vetten van onze voorouders en veel stabieler dan zonnebloemolie. En omdat de dieren (toen) vooral gras aten in plaats van vetgemest werden met granen, zat er in dit vet ook behoorlijk wat omega 3.

Überhaupt was het eten in Schotland fan-tas-tisch! Overal puur en van hele goede kwaliteit.

Mocht je veganist zijn (en de tekst tot hier hebben volgehouden), dan kan ik je geruststellen. Ook in Schotland kun je je hart ophalen. Inmiddels zijn alle gangbare voedingsstijlen aangekomen – maar geheel volgens de traditie is het dus niet.

Zero waste tip

De één seconde zero waste tip: maak je plastic vloeibare zeeppompjes op en koop alleen nog niet ingepakte stukjes zeep. Je kunt ze echt óveral krijgen! Let er wel op dat ze niet zijn gemaakt van palmolie.

Gelukkig glutenvrij

Gelukkig glutenvrij ♦ consulten in Nijmegen ♦ ‘Neanderthaler of akkerboek?’ ♦ Goede stof voor je neus

Gelukkig glutenvrij

Sinds november 2017 ben ik heel consequent: ik eet geen gluten meer. 1000% zeker. Ik weet natuurlijk dat het een beetje in de mode is om glutenvrij te eten. Het lijkt zelfs een nieuwe hype. Maar ik kon er niet meer omheen. Ik heb geen coeliakie. Maar al 17 jaar geleden – toen ik zelf nog niet eens in dit vak zat – werd me al door meerdere alternatieve therapeuten verteld dat gluten en ik geen handige combinatie zijn. Keer op keer werd dit weer bevestigd.

Sinds die tijd heb ik mijn gebruik van gluten drastisch verminderd. Tarwe en tarweproducten stonden al lang niet meer op mijn menu. Wel permitteerde ik me nog af en toe uitstapjes naar spelt-producten. Elke paar maanden als we met vrienden gingen brunchen, pakte ik stralend een ‘reguliere’ tarwe croissant. Dit was een luxe-uitstapje naar oude tijden voor mij. De kleine klachten die eruit resulteerden, nam ik voorlief. Maar uiteindelijk kon ik er niet meer omheen. De gluten bleven naar voren komen. Het meest doorslaggevende argument gaf natuurlijk mijn eigen lichaam. Ik voelde me simpelweg niet prettig, bleef er magertjes uitzien en merkte dat de gluten zelfs invloed hadden op de hormonen.

Waarom ik er zo gevoelig op reageer, weet ik niet helemaal. Ik heb het vermoeden dat de oorzaak op mijn 19e ontstond. Toen kreeg ik binnen één jaar 4 antibioticakuren (misschien zelfs vijf…ik wil dit niet eens meer weten). Toen vroeg ik niet eens aan de arts of het echt nodig was. Dat zou me tegenwoordig niet meer gebeuren. Antibiotica kunnen de darmflora beschadigen waardoor we gluten minder kunnen verdragen.

Inmiddels is het geen probleem voor mij om gluten te mijden. Sterker nog, ik mis het niet eens meer. Ook niet mijn brunch-croissantje.

Als je ook bij de mensen hoort die gluten willen vermijden, dan heb ik hieronder enkele tips voor je. Volgende maand volgen de tips over wat je vooral NIET moet doen als je gluten wilt vermijden.

Gluten zijn niet essentieel

Niet iedereen moet gluten vermijden. Als je ervoor kiest hoeft je echter niet bang te zijn voor tekorten. Want gluten (en daarmee de producten die gluten bevatten) zijn niet essentieel. Het is dus ook niet nodig om gluten te eten.

100%

Wil je glutenvrij eten, dan levert dit alleen iets op als je het 100% gaat doen. Dus niet als je je af en toe uitstapjes permitteert, omdat het zo gezellig is om mee te eten met die ene verjaardagstaart. Het duurt soms maanden voor dat je darmen zich herstellen. Hiervoor is het nodig dat je ze rust gunt van gluten. En dat kan alleen als je er helemaal voor gaat.

Gluten houdende granen

Gluten houdende granen zijn tarwe, spelt, gerst, rogge, haver, kamut, emmer en eenkoorn. Soms denken mensen nog dat volkorenpasta of -brood geen gluten bevat, maar ook volkoren producten zijn gluten houdend. Ook couscous en bulghur zijn standaard gemaakt van tarwe en bevatten dus gluten.

Overige producten die gluten houdend zijn

Vaak valt het mee om de boven genoemde granen  te vermijden, maar veel mensen zien over het hoofd dat deze granen vaak verwerkt zijn in andere producten. Denk aan: bier, sojasaus, vegetarische burgers, koekjes, crackers, taart, chips, granenkoffie, müslireepjes,

Glutenvrije granen

Gluten vrij zijn glutenvrije haver, boekweit en gierst. Daarnaast rijst, teff, Chinese parelgeerst/Job’s tranen/hato mugi en quinoa. Soms duikt er in eens weer een ‘nieuwe’ oftewel herontdekte glutenvrije graan op. Maar de bovengenoemde granen bieden al een fijne keuze.

Als je beslist om gluten vrij te eten, screen eerst je dagelijks voedingspatroon. Vaak zit er meer gluten tussen dan je denkt. Vervolgens ga je aan de slag om het consequent te vermijden. Verwacht niet direct succes of dat je je anders gaat voelen. Dat kan soms tot zelfs drie maanden duren.

Consulten nu ook in Nijmegen mogelijk

Per oktober houd ik nu ook praktijk in Nijmegen. Helemaal centraal, bij Sarvata, op 12 min lopen vanaf Nijmegen Centraal. Maandag wordt mijn vaste consult dag.
Dus wil je je stofwisselingstype laten bepalen en je voedingspatroon een TCM make-over geven, zodat  je klachten worden aangepakt, ben je nu ook in Nijmegen welkom.
Hier vind je er meer informatie over.

‘Neanderthaler of akkerboer?’ – artikel voor Massage Magazine

Nog meer weten over de leer van de stofwisselingstypes? In augustus verscheen mijn artikel ‘Neanderthaler of akkerboer’ in het Massage Magazine. Het artikel kun je hier lezen.

Goede stof voor je neusje : zero waste tip

Onze oma’s kenden niet anders: ze gebruiken uitsluitend stoffen zakdoekjes. Als je overstapt op zakdoekjes van stof, dan bespaar je het milieu heel veel bomen, plastic en water. De meeste mensen hebben nog wat stoffen zakdoekjes in huis. Vraag anders bij je ouders of grootouders. Mijn moeder had zelfs een hele la vol – allemaal nog overgehouden van haar eigen moeder.

Je kunt ze ook zelf maken van oude stofresten. Ik voelde me er niet echt toe geroepen – gelukkig waren er genoeg restanten – maar sommige mensen gaan graag aan de slag met de naaimachine. Dus waarom niet eens een eenvoudig vierkante doekje naaien.

Tijdens ‘zero waste’ gesprekken met vrienden kreeg ik vaak te horen dat het wassen van de zakdoekjes ook water kost. Dat klopt, maar als je het waterverbruik van een moderne wasmachine (50 l) tegenover de productiekosten en alle gevolgkosten van een papieren zakdoekje plaatst, kan het stoffen zakdoekje alleen maar winnen.

Het andere argument van zero-waste tegenstanders is de hygiëne. Daar hebben ze wel een klein puntje. Als je erg verkouden bent, dan is zo’n stoffen zakdoek misschien niet handig – of je moet het direct in de was doen en vervangen door een vers doekje.

Aan de andere kant: waarom maken we dan niet een compromis: voor reguliere dagen een stoffen zakdoekje en enkele pakjes papieren zakdoeken voor de ergere gevallen. Dat zou ons milieu al een heleboel ellende besparen.

De Neanderthaler in ons of kunstmatige verwarring in je buik

De vitrine hield me lang in haar ban. Ik wist niet of ik gefascineerd of geschokt moest zijn. Of allebei. Met het gezin waren we op stap – weer een keer iets cultreels doen – en waren in het ‘Neanderthal Museum’ beland. Dit museum ligt relatief vlak over de grens in Duitsland en gaat over de vindplaats, de ontwikkeling en het leven van de Neanderthaler.

De Neanderthaler in ons

De Neanderthalers bewoonden Europa 250 duizend jaar lang. Hun laatste sporen stammen van circa 30 duizend jaar geleden. Er is nog veel onduidelijk en er zijn veel controversen. Men weet inmiddels wel dat de Neanderthaler geen primitieve holbewoner was, hoewel hij zo nog wel vaak wordt afgebeeld . Hij was een hoog ontwikkeld en sociaal wezen.  Hij had een vier keer sterker lichaam dan de moderne mens en zijn hersenen waren groter dan die van ons. Overigens at hij met name vlees.

Ik vond het heel fascinerend om te lezen dat een deel van de wetenschappers ervan uitgaat dat de moderne mens homo sapiens (wij dus) en de Neanderthaler contact hebben gehad en nakomelingen hebben verwekt. Circa tien jaar geleden onderzocht een wetenschapper het genoom van de Neanderthaler. Het bleek dat wij 1-4% DNA van de Neanderthaler hebben geërfd. Of te wel: we dragen nog een stukje Neanderthaler in ons. Ik vind dit bijzonder boeiend sinds ik in mijn consulten ook met de leer van de stofwisselingstypes werk en weet dat sommige mensen  inderdaad vlees moeten (!) eten. 😊

Maar terug naar de vitrine. Nadat we in het museum letterlijk mee konden lopen met de evolutie van de mens (een evolutionair wassenbeeldencabinet, zeg maar), belandden we bij een vitrine met de vraag: ‘Het einde van de biologische evolutie?’

Het einde van de biologische evolutie?

Sinds circa 100 jaar is het voor de mens eigenlijk niet meer van levensbelang om zich aan het milieu aan te passen. Door medische ontwikkeling zal de mens zich ook in de toekomst steeds meer aan de natuurlijke evolutie kunnen onttrekken.

De vitrine liet de kunstmatige binnen- en buitenkant van de huidige mens zien: borstimplantaten, gebit, bril, prothesen, kunstmatige ledematen. Natuurlijk – begrijp me niet verkeerd – moeten we blij zijn dat de moderne geneeskunde in staat is om een pacemaker te implanteren en gewrichten te vervangen.

Maar ik moest ook aan de voeding denken. Want dat is ook nog een manier waarop we dagelijks lichaamsvreemde stoffen binnenkrijgen. En daar hebben we wél invloed op.

Plastic en aroma’s op ons bordje

Volgens een recente studie, nemen we elk jaar circa 70 duizend mini plastic vezels via het eten tot ons. Verbazingwekkend genoeg gaat deze studie ervan uit dat de kleine plastic stukjes via de rondvliegende stof in ons eten belanden. Ze splitsen zich af van vloerbedekking, plastic voorwerpen en synthetische kleding en belanden zo in de lucht. Vervolgens daalt de met plastic verreikte stof neer op onze bordjes. Maar ook in zeevis en zelfs honing zitten kleine plastic deeltjes. De vissen nemen ze op via het vervuilde water. In de honing belanden ze, zo vermoedt  men, via de stof in de lucht die op planten neerslaat en dan samen met het stuifmeel door de bijen naar de bijenkorf wordt getransporteerd.

Smakelijke illusie

Via onze smaak sturen we – onbewust –  de (levensnoodzakelijke!) opname van voeding. Onze smaakzin bepaalt de keuze aan voeding – en uiteindelijk de gezondheidstoestand van ons lichaam. Onbewust is ons lichaam in staat om voor onze gezondheid de meest handige keuzes te maken: “Daar heb ik nu bijzonder trek in’. Waarschijnlijk heb je dit voedingsmiddel dan bijzonder nodig. Of andersom: “Dit lust ik nu echt helemaal niet.” Dan zal het je momenteel ook niet goed doen.

Proeven is levensnoodzakelijk en begint al bij baby’s. De baby leert in de buik van de moeder en later via de moedermelk al diverse smaken kennen. Er zijn meerdere studies gedaan die laten zien dat jonge kinderen instinctief de voor hun lichaam juist keuze aan voedingsmiddelen maken – mits men hun de keuze laat. Voorwaarde is wel dat de voedingsmiddelen puur en onvervalst zijn.

Handig wetenswaardigheidje voor wanhopige ouders: ‘Liefde op het eerste hapje’ bestaat bij kinderen niet. Van nature duurt het circa 10 keer proeven voordat een kind iets lust.

Inmiddels heeft de voedingsmiddelenindustrie op listige wijze de weg naar ons onderbewustzijn, onze smaakvoorkeuren en de smaakvoorkeuren van onze kinderen gevonden.

Aromaproducenten kunnen zo goed als elke smaak nabootsen: aardappel aroma, kipfilet aroma, boter aroma, aardbei aroma, noten aroma, noem maar op. Hans-Ulrich Grimm legt in zijn boek* uit dat vaak minuscule hoeveelheden van bepaalde aromastofjes worden ingezet. Zo is 0,0000000002 gram pMenth1-en-8thiol al voldoende om 1 liter water van grapefruitsmaak te voorzien. Dat is het 0,2 miljardste deel van 1 gram. Onvoorstelbaar.  Hans-Ulrich Grimm stelt dan ook dat het feit dat onze smaak compleet om de tuin wordt geleid het voornaamste gezondheidsrisico is en niet de hoeveelheden van de aromastofjes die in ons lichaam komen.

*Die Wahrheit über Käpt’n Iglo und die Fruchtzwerge. Was die Industrie unseren Kindern auftischt.

Wat voelt de Milt?

Volgens de Chinese geneeskunde is de Milt verantwoordelijk voor een goed functionerende smaakzin. Als de Milt in balans is, dan kunnen we goed proeven en daardoor maken we intuïtief de beste keuzes voor ons lichaam. De Milt stuurt onze trek in (of afkeer van) een bepaald voedingsmiddel. Afhankelijk van wat ons lichaam nodig heeft. Kort door de bocht: hebben we een bloed-leegte, dan kan het zijn dat we ineens trek hebben in vlees of eieren. Dat kan ook bij vegetariërs gebeuren – een vaak gezien fenomeen bij zwangere vrouwen of vrouwen die net zijn bevallen.

Hebben we last van een yin leegte, dan hebben we ineens trek in komkommer en kwark. Eten we veel voeding met toegevoegde aroma’s dan is de Milt in de war. Ze gelooft dat er iets voedzaams binnen komt, immers smaakt het naar bijvoorbeeld roomboter, maar in feite komt dit niet overeen met het daadwerkelijke gehalte aan voedingsstoffen. Proeft de milt ‘aardbei’ en denkt daarmee goed verzorgd te zijn met sappen en voedingsstoffen, maar zit er werkelijk maar 0,5 % aardbei in het product, dan raken we op den duur ondervoed. We blijven dooreten omdat we merken dat er iets mist.

Misschien is het vooral dit effect wat problematisch is. We leiden onze Milt, die tegelijk staat voor onze gezonde verstand, om de tuin. Uiteindelijk raakt de Milt zo beschadigd dat ze naast spijsverteringproblemen (brijige ontlasting, een opgeblazen buik, etc.) ook reageert met een slecht werkende smaakzin. We belanden zo in een vicieuze cirkel. Echte, pure en onbewerkte producten vinden we niet meer lekker – terwijl deze ons juist goed zouden voeden.

Damp en slijm

Plastic, aromastofjes, sterk gemanipuleerde voedingsmiddelen – dit is allemaal zo nieuw. Nog geen 4 generaties geleden was het er nog niet.

Voeding en toevoegingen die de Milt niet kan herkennen en inschatten, kunnen ook niet goed worden verteerd. Het systeem raakt in de war en functioneert niet meer naar behoren. Zuivere delen verlaten het lichaam, onzuivere delen blijven achter in vorm van damp en slijm.

Het is inmiddels bekend dat de overgrote meerderheid van de mensen in Europa met onder meer bisphenol-A belast is – alsof we van binnen geplastificeerd worden. Van binnen worden we dan net zo’n kunstmatig poppetje. Als iemand over 1000 jaar op het idee zou komen om de moderne mens tentoon te stellen, dan zouden de toekomstige museumbezoekers een ook van binnen compleet geplastificeerde mens zien. Horror!

Ja, en nu? Hoe we plastic en andere troep uit ons eten kunnen weren

Direct vooraf: helemaal weren zal waarschijnlijk nooit lukken. Ten minste niet als we nog een beetje aan het gewone leven  willen deelnemen en niet compleet willen afzien van sommige moderne appratuur. Het is onwaarschijnlijk dat we de wasmachine vaarwel gaan zeggen om onze was in een houten vat met een wasbord te doen. Ook willen de meeste mensen – ik inclusief – niet meer zonder laptop en mobiele telefoon.

Maar we kunnen de invloed ten minste reduceren:

  1. Verminder plastic in je keuken!

Hier begint de eerste stap. Gebruik glazen potjes of potjes van roesvrij metaal om je voedingsmiddelen in te bewaren. Gebruik een keramiek of glazen waterkoker waar het water zo min mogelijk contact heeft met plastic. Probeer al bij het boodschappen doen om plastic verpakkingen zo veel mogelijk te vermijden. Met name op de markt staat men open voor zelf meegebrachte potjes.

  1. Verminder plastic in je huis!

Recent onderzoek liet zien dat het niet voldoende is om plastic alleen uit je keuken te bannen. Ook al heeft het plastic geen direct contact met je voedingsmiddelen, dan kan het toch in onze buik belanden. Reduceer het aantal plastic houdende artikelen in je woning tot een minimum. Alles plastic vrij hebben gaat zeker niet lukken – behalve als je op de kale grond zonder enkele inrichting wilt gaan zitten. Maar kijk kritisch wat echt nodig is, en kies de plastic vrije (of gereduceerde) variante als je een nieuwe aanschaf moet doen.

  1. Vermijd voedingsmiddelen met toevoegingen!

Ook hier geldt: alle kleine beetjes helpen. Waarschijnlijk kunnen dit doel nooit 100% bereiken maar als je voornamelijk pure en onbewerkte voedingsmiddelen kiest, kom je al een heel eind.

Verder in deze blog: Zero waste en nieuwe data!

Zoals beloofd weer een zero waste tip. Als ook maar de helft jullie deze tip ter harte zou nemen, hebben we al een giga afvalberg bespaard. En de nieuwe data staan nu vast!! En natuurlijk heb ik ok mijn privacy beleid aangepast aan de AVG.

ZERO WASTE TIP: Ban de rietjes!

Ze lijken klein en onschuldig en leuk maar ze hebben een immense impact: rietjes. Ze zitten niet alleen aan de  drinkpakjes maar als we niet uitkijken worden ze in restaurants en cafés ook in glazen flesjes met dranken geserveerd. Mijn dochter van acht wordt regelmatig gevraagd of ze haar drankje niet liever met een rietje wil – alsof het een extra attractie is. Ik geef toe dat ze vroeger inderdaad gefascineerd was door de bonte kleuren. Nog erger is ice tea. Er zit niet alleen een rietje bij maar ook nog zo’n plastic stengel waarvan ik nog steeds niet de functie heb kunnen achterhalen. (Yep, schrik niet, heel af en toe bestel ik een ice tea, om even mijn Milt weer op scherp te stellen).

Inmiddels heb ik me aangeleerd om bij het bestellen direct ook aan te geven dat ik geen rietje wil.

Is het belachelijk dat ik hier zo’n ophef over maken? Misschien. Maar zoals altijd geldt ook hier: alle kleine beetjes helpen.

Ook de EU-commissie heeft inmiddels begrepen dat het zo niet meer kan: er zijn plannen om plastic bestek, rietjes en dergelijke in de EU te verbieden. Dit wordt ook hoogste tijd: volgens schattingen gebruiken de inwoners van de EU-landen in totaal 36,4 miljard rietjes per jaar. Dat zijn 71 rietjes per inwoner per jaar. Veel te veel…Maar het zal nog jaren duren voordat de wet er daadwerkelijk komt.

Trouwens zijn er inmiddels alternatieve, duurzame rietjes op de markt bijvoorbeeld van roestvrij staal of glas. Maar ik vind dit overbodig. Vergeet niet dat voor de productie van deze, in principe goed bedoelde, producten ook weer ressources nodig zijn. En hoe vaak hebben we eigenlijk een rietje nodig?  (Afgezien van de zeldzame gevallen dat er een kies wordt getrokken, we een lipblessure hebben of op een feestje sneller dronken willen worden).  Zo goed als nooit (veronderstel ik).

Nieuwe data

De data voor seminars en workshops in de herfst zijn (redelijjk) rond.

Sep: 2-daagse bijscholing voor professionals

Chinese voedingsleer bij kinderwens tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Donderdag 13 en 27 sep 2018 in Nijmegen.

Okt: 3-daagse module voor professionals

TCM-voedingstherapie voor Milt en Maag. Start: donderdag 11 oktober 2018, Nijmegen.

Workshop ‘Word je eigen voedingsconsulent’, 6 oktober 2018, Gendt (regio Arnhem/Nijmegen)

Hier vind je de hele agenda.

Geen trek in fruit maar dol op orgaanvlees? Het zou zomaar aan je stofwisselingstype kunnen liggen!

Jutta en Karin Stalzer tijdens het seminar op 11 en 12 oktober 2017

Houd je van vlees – orgaanvlees zelfs – maar durf je daar niet aan toe te geven omdat iedereen roept dat het ongezond is? Of vind je vlees niet lekker en bloei je juist op door veganistisch eten? Had je als kind al een afkeer van fruit? Het zou zomaar aan je stofwisselingstype kunnen liggen!

Wat een eye-opener! In 2014 volgde ik een bijscholing van dr. Karin Stalzer. Karin combineert als enige voedingsconsulent de Chinese voedingsleer met de leer van de stofwisselingstypes. Het laatste is ook bekend onder de naam metabolic typing®. Ondanks dat ik sinds jaren werk met de Chinese voedingsleer en een behoorlijke expertise heb opgebouwd, was dit seminar een van de meest belangrijke aanvullingen.

Om jullie meer zicht te geven op metabolic typing® heb ik Karin geïnterviewd.

♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦

Jutta: Vertel eens, hoe ben je met de leer van de stofwisselingstypes in aanraking gekomen?

Karin: In 1999/2000 volgde ik de opleiding tot TCM-voedingsconsulent bij Barbara Temelie in München. Ik begon mijn dag – net zoals mij tijdens de opleiding werd aangeraden – met een warme ontbijt-pap met compote. Vlak na het eten werd ik echter heel hongerig. Vervolgens at ik de hele dag veel meer dan mijn lichaam nodig had. En ik kwam aan. Toen ik tijdens een bijscholing de steekwoorden ‘stofwisselingstypes’ hoorde, spitste ik mijn oren. Uiteindelijk duurde het nog drie jaar voordat ik meer te weten kwam over metabolic typing®.

Jutta: Wat zijn de centrale kenmerken van deze leer?

Karin: De aandelen van vet, koolhydraten en eiwit zijn per stofwisselingstype zéér  verschillend. Daarnaast is het van belang, in welke vorm we de bepaalde bouwstenen tot ons nemen: voor een ‘rood-vlees-eter’ is het bijvoorbeeld van groot belang uit welke bron hij zijn eiwit betrekt. In zijn geval kun je dierlijk eiwit niet zomaar door plantaardig eiwit vervangen.

Jutta: Wat fascineerde je het meest aan de leer van de stofwisselingstypes?

11 en 12 oktober 2017: Karin meet het stofwisselingtype tijdens het seminar

Karin: Voor mij was het net thuis komen in een wereld die me eigenlijk al zo vertrouwd leek. Hetzelfde gebeurde trouwens, toen ik begon aan de opleiding in de Chinese voedingsleer. Allebei de momenten leidden tot diepgaande veranderingen, zowel in mijn zakelijk als in mijn privé leven. Het was een diepe ontmoeting met iets, wat me zo logisch leek. Het was in eerste instantie natuurlijk nieuw voor mij, maar toch leek het me hardgrondig vertrouwd. Daar is tot op heden, 17 en 14 jaar later, geen verandering in gekomen.

Jutta: Welke voordelen zijn er als we onze persoonlijke stofwisselingstype kennen?

Karin: We worden onafhankelijk van de mening van de een of andere expert. De experts willen ons vaak ergens naartoe sturen, zonder dat we kunnen nagaan of hun adviezen voor ons daadwerkelijk gezond zijn. Voedingsadviezen die rekening houden met onze stofwisselingstype, kunnen we binnen enkele dagen met ons eigen lichaam controleren. De kennis van de stofwisselingstype helpt ons doelgericht om ons gewicht, ons welzijn en onze gezondheid zelf in handen te nemen.

Jutta: Wat kan ik zelf doen om mijn persoonlijke stofwisselingstype te achterhalen? Of ten minste een idee ervan te krijgen?

Je kunt uit mijn boek ‘Was den einen nährt,macht den anderen krank’ de voorbeeldmaaltijden van de verschillende stofwisselingstypes ter hand nemen. Begin dan om circa vier dagen lang volgens één type te eten. De maaltijden waarmee je circa vijf uur voldaan bent, zeggen met hoge waarschijnlijkheid iets over je stofwisselingstype.

[ Aanvulling door Jutta: hier nog een paar extra tips om er achter te komen welke type stofwisseling je bent:

  • Door welk ontbijt raak je verzadigd? Een granenpapje of een omelet met groenten?
  • Wat was je favoriete gerecht als kind? Hield je van vlees? Of gaf je de voorkeur aan vegetarische gerechten?
  • Vind je vlees (stiekem) lekker – ondanks dat je vaak hoort dat je het beste minder vlees kunt eten.
  • Vind je orgaanvlees lekker of moet je er niet aan denken om het te eten?
  • Zou je veganistisch kunnen eten?]

Jutta: Naast een individuele behoefte aan eiwit, koolhydraten en vet heeft elke mens dus ook een individuele behoefte aan vitaminen en mineraalstoffen. Maar dat zou betekenen dat de meeste officiële richtwaarden helemaal niet bruikbaar zijn, toch?

Karin: Ja, helaas is dat zo.

Jutta: Welke succesverhalen kun je ons vertellen uit je eigen praktijk?

Karin: Een week geleden had ik een cliënte met veel overgewicht. Om af te vallen had ze zich de laatste tijd beperkt tot ‘gezonde’ voedingsmiddelen. Ik kwam er echter achter dat zij een parasympatikus-type was, dat wil zeggen een rood-vlees-eter. Toen de cliënte uit mijn praktijk vertrok, was ze heel sceptisch. Maar vandaag kreeg ik deze email van haar: ‘Ik voel dat er daadwerkelijk iets in mijn spijsvertering verandert. Ook de huid van mijn bovenbenen begint gladder te worden. Met name het gevoel van verzadiging na de maaltijd is veel beter. Gisteren heb ik varkensvlees met 1 aardappel, maar voor de rest glutenvrij en zonder zoetmiddelen als lunch gegeten. Als bijgerecht at ik met spek bereid zuurkool. De maaltijd gaf me tot aan de avond een heel voldaan gevoel.’

Jutta: De leer van de stofwisselingstypes bestaat al sinds decennia. Maar jij hebt alles op een unieke manier gecombineerd met de Chinese voedingsleer. Wat biedt de Chinese voedingsleer nog aan extra inzichten?

Karin: De Chinese voedingsleer houdt nauwkeurig rekening met de persoonlijke constitutie, zoals hitte- en koudeklachten. Kou kan bijvoorbeeld ontstaan als je te veel diepvriesmaaltijden eet. Ook met de aanwezigheid van damp wordt rekening gehouden. Damp kan leiden tot sinaasappelhuid en overgewicht.
Met name bij het aanpakken van kou- of hitteklachten zie ik altijd weer ongelooflijk snelle resultaten. Op basis van de Chinese voedingsleer kunnen zelfs chronische klachten vaak al binnen een week plotsklaps beter worden.
Een jonge vrouw die bij haar vader was opgegroeid, had zeven jaar lang elke avond een heel pijnlijke, opgeblazen buik. Haar vader was heel bezorgd en bracht haar in de loop der jaren naar verschillende artsen. Maar met de reguliere medische screenings was de oorzaak van de pijn niet te achterhalen. Op basis van de TCM-anamnese bleek: de jonge vrouw was noch ziek noch had ze een voedingsmiddelenintolerantie. Ze had simpelweg bijna uitsluitend te afkoelende voeding gegeten. Nadat ze binnen een week ‘genezen’ was, wilde ze zelfs haar beroep wisselen en een soep-snackbar openen.

Jutta: Waarom is het zo belangrijk dat therapeuten en hun patiënten kennis hebben van hun stofwisselingstype?

Karin: Ik zal je weer een voorbeeld geven. Afgelopen week was ik bij een bijscholingen voor artsen en natuurgeneeskundige therapeuten. Op een gegeven ogenblik kwam het onderwerp ‘voeding voor onze patiënten’ ter sprake.
De docent – een arts – zei: ‘Nou ja, maar het lukt gewoon niet om mensen van goede voeding te overtuigen.’
Op basis van mijn lange ervaring kon ik hier echt niet mee instemmen. Mensen laten zich alleen overtuigen van gezonde voeding als ze met hun lichaam kunnen voelen dat deze voeding goed is voor ze en bevrediging geeft. Op den duur kunnen we niet tegen onze natuur in eten – zelfs als een autoriteit beweert dat dit zogenaamd gezond is voor ons. Het mooie van de stofwisselingstypes: de mensen kunnen eten wat ze echt lekker vinden en ze hoeven geen last meer te hebben van een  schuldgevoel.
Het is een van de mooiste onderdelen van een voedingsconsult als een patiënt begint te stralen en zegt: ‘Maar dat smaakte me sowieso altijd al het lekkerst!’

Jutta: Karin, dank je wel!

Meer informatie over Karin: www.stalzer.at

Update: Inmiddels kun je ook bij mij terecht om je stofwisselingstype te laten bepalen. Dit gebeurt in het kader van een uitgebreid consult.

♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦

Ik heb Karin uitgenodigd om in Nederland een exclusieve bijscholing voor (TCM-) therapeuten te geven. De bijscholing vindt plaats op donderdag 12 oktober 2017 (vw. grote belangstelling: extra dag op 11 oktober!) en wordt in een gemakkelijk te begrijpen Engels gegeven.

Update: Inmiddels heeft de bijscholing plaatsgevonden. Op 11 en 12 oktober heeft Karin seminars verzorgd. Ongelooflijk boeiend! Iedere deelnemer kreeg te horen welk type stofwisseling hij/zij was. dat zorgde bij sommige deelnemers voor een verrassing. Hier nog een paar impressies van het seminar:

♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦

*Plaatje: Cover van de 1e tm 3e druk: Was den einen nährt, macht den anderen krank Dr. Karin Stalzer
Christina Schnitzler Windpferd/ 978-3-89385-540-7 4. Auflage ISBN 978-3-86410-055-0.

Agenda:
De workshop ‘Word je eigen voedingsconsulent’ in september is vol. Op 25 november bied ik deze workshop weer aan.

Nieuw op mijn site:
‘Voeding voor kinderen volgens TCM’- artikel dat ik schreef voor het SOMagazine.
Link: https://www.juttakoehler.eu/article/somagazine-april-2017/

Interview door Frank Ruiter voor het gezondheidsnieuws radio:
https://www.gezondheidsnieuwsradio.nl/jutta-koehler/